Geld verdwijnt uit een politiebureau. Sieraden raken zoek. Verdovende middelen blijken niet meer volledig aanwezig te zijn. In beslag genomen goederen verdwijnen uit opslagplaatsen die juist door de staat bewaakt moeten worden. Het grootste gevaar voor ons land komt van binnenuit. Het begint met afzonderlijke voorvallen. Elk geval wordt afzonderlijk onderzocht en telkens wordt ons verzekerd dat de onderste steen boven zal komen. Maar wanneer de incidenten zich opstapelen, mogen wij ons niet langer beperken tot de vraag wie in één bepaalde zaak verantwoordelijk is. Dan moeten wij ons afvragen of wij nog naar incidenten kijken, of inmiddels naar een patroon.
De criminaliteitscrisis van Suriname
In juni 2026 werden tien politieambtenaren in verzekering gesteld in het onderzoek naar een onderschept cocaïnetransport. Onder hen bevonden zich zeven leden van het Arrestatieteam. Zij worden verdacht van mogelijke betrokkenheid bij een criminele organisatie en bij de verdwijning van een deel van de in beslag genomen drugs. Hun schuld moet door de rechter worden vastgesteld, maar alleen al het feit dat zoveel politiefunctionarissen in één onderzoek als verdachten zijn aangemerkt, is buitengewoon ernstig.
Kort daarvoor verdween ruim 537 kilogram kwik uit een opslagcontainer op het terrein van politiebureau Geyersvlijt. Vijftien vaten met een kostbare en gevaarlijke stof konden kennelijk worden weggehaald van een terrein dat onder toezicht van de politie stond. Ook hierover loopt onderzoek, maar de vraag blijft hoe een dergelijke hoeveelheid ongezien kon verdwijnen en of daarbij hulp van binnenuit is verleend. Daarbij komen eerdere berichten over geld, sieraden, wapens, verdovende middelen en andere in beslag genomen goederen die uit overheidsbewaring zouden zijn verdwenen.
Wanneer een burger zijn geld, sieraden of bezittingen aan de politie toevertrouwt, moet hij erop kunnen rekenen dat deze veilig zijn. Wanneer bewijsmateriaal in beslag wordt genomen, moet de samenleving erop kunnen vertrouwen dat niemand eraan komt.Verdwijnt dat materiaal, dan wordt niet alleen bezit gestolen. Dan wordt ook de rechtsgang aangetast. Dossiers kunnen verzwakken, verdachten kunnen profiteren en slachtoffers kunnen hun vertrouwen in politie en justitie verliezen.
En ondertussen wordt de burger op straat geconfronteerd met inbraken, berovingen, gewapende overvallen, geweld en moord. Dagelijks verschijnen berichten die het gevoel versterken dat de criminaliteit niet langer beheersbaar is. Maar de criminaliteitscrisis van Suriname bestaat niet uitsluitend uit het aantal misdrijven op straat. Zij wordt veel gevaarlijker wanneer criminaliteit doordringt tot de instellingen die haar juist moeten bestrijden.
Wie bewaakt de bewakers wanneer de bewakers zelf verdacht worden?
Ondermijning vanuit de bovenlaag
Wij hebben parlementariërs gezien die in staat van beschuldiging werden gesteld. Ministers en voormalige ministers zijn vervolgd. Bankdirecteuren en functionarissen van de Centrale Bank zijn achter de tralies beland. De voormalige minister van Financiën is al jaren voortvluchtig.
We tekenen aan dat niet iedereen die wordt beschuldigd, automatisch schuldig is. Maar wij mogen ook niet doen alsof al deze zaken niets met elkaar te maken hebben. Wanneer personen uit de hoogste politieke, bestuurlijke, financiële en justitiële kringen steeds opnieuw betrokken raken bij ernstige strafzaken, gaat het niet meer uitsluitend om gewone criminaliteit. Maar van ondermijning van de rechtsstaat.Een straatrover pakt het bezit van één burger af. Een corrupte bestuurder of functionaris kan de middelen, de instellingen en de toekomst van een gehele samenleving aantasten. Zie als voorbeeld de zaak om de naschoolse opvang. Dat is het verschil tussen criminaliteit buiten de staat en criminaliteit die zich binnen de staat nestelt.
Een samenleving onder druk
Naast de zichtbare criminaliteit is er een andere, stillere crisis. Economische onzekerheid, financiële problemen, gebroken gezinnen, psychische nood, drugsgebruik, geweld, uitzichtloosheid en verlies van vertrouwen kunnen een samenleving langzaam van binnenuit aantasten. Wanneer mensen niet meer geloven dat eerlijk werken vooruitgang brengt, dat de overheid hen beschermt of dat hun kinderen een betere toekomst tegemoetgaan, ontstaat meer dan ontevredenheid. Dan ontstaat wanhoop. Onder dit kopje plaatsen we het hoge zelfmoordcijfer van Suriname.
Het gevaar ontstaat van binnenuit
Zelfdestructie begint wanneer corruptie niet langer als een afwijking wordt gezien, maar geleidelijk onderdeel wordt van het functioneren van de staat. Zij begint wanneer politieke loyaliteit belangrijker wordt dan deskundigheid. Wanneer functies worden verdeeld als beloning voor partijtrouw. Wanneer aanbestedingen, vergunningen, grondbeschikkingen en staatscontracten worden omgeven door achterdocht. Wanneer controleurs worden tegengewerkt en klokkenluiders het probleem worden in plaats van ‘daders’ over wie zij aan de bel trekken en zaken die zij belichten.
Geïnstitutionaliseerde corruptie is vernietigend voor ons land
Zij berooft de staat niet alleen van geld. Zij verandert ook de normen van de samenleving. Wanneer corruptie onbestraft blijft, wordt eerlijkheid een nadeel. De ambtenaar die weigert mee te doen, wordt geïsoleerd. De ondernemer die volgens de regels werkt, verliest het van degene met politieke verbindingen. De burger die belasting betaalt, ziet anderen zich verrijken met staatsmiddelen.
Jongeren leren vervolgens niet dat kennis, discipline, arbeid en integriteit de weg naar vooruitgang vormen. Zij leren dat relaties, partijpolitiek, brutaliteit en toegang tot de macht meer opleveren.Zo wordt corruptie niet alleen een financieel probleem. Zij wordt een vorm van nationale opvoeding.
Transparantie wordt bevochten in plaats van omarmd
Transparantie zou voor iedere integere bestuurder vanzelfsprekend moeten zijn. Zij beschermt de samenleving, maar ook de bestuurder die werkelijk niets te verbergen heeft. Openheid voorkomt geruchten. Verantwoording versterkt vertrouwen. Controle helpt fouten tijdig ontdekken en corrigeren. Vragen naar contracten, aanbestedingen, leningen, staatsbedrijven, grondbeschikkingen en overheidsuitgaven worden dikwijls behandeld alsof zij aanvallen op de regering zijn. Kritische burgers, journalisten en parlementariërs worden neergezet als tegenstanders, terwijl zij slechts vragen wat er met gemeenschapsgeld gebeurt. Maar staatsmiddelen zijn geen privébezit van een president, minister, politieke partij of directeur. Zij behoren toe aan de samenleving. Een bestuurder beheert staatsmiddelen slechts tijdelijk en namens de samenleving. Daarom moet hij niet alleen zeggen dat hij eerlijk is. Hij moet bereid zijn zijn handelen controleerbaar te maken.
Transparantie is geen gunst van de regering
Transparantie is een plicht. Wanneer bestuurders openheid vermijden, ontstaat ruis over hun eerlijkheid. Waar informatie ontbreekt, groeien vermoedens. Waar documenten worden achtergehouden, ontstaan geruchten. Waar bestuurders controle als hinderlijk ervaren, wordt de vraag steeds luider wat zij proberen te verbergen.
Kenmerken van een bananenrepubliek
Het begrip bananenrepubliek wordt vaak gebruikt als scheldwoord. Maar het verwijst ook naar een herkenbaar politiek en bestuurlijk verschijnsel. Een bananenrepubliek is niet eenvoudigweg een arm land of een land met veel criminaliteit. Zij ontstaat wanneer staatsinstellingen zwak worden, politieke en economische belangen met elkaar verstrengeld raken, publieke middelen als particulier bezit worden behandeld en de wet niet voor iedereen op dezelfde manier wordt toegepast.
De bananenrepubliek ontstaat wanneer politieke loyaliteit belangrijker wordt dan deskundigheid, wanneer machthebbers nauwelijks verantwoording afleggen, wanneer controleorganen worden verzwakt en wanneer de staat steeds minder in staat is haar eigen grondwet af te dwingen.
Suriname is nog altijd een constitutionele democratie met verkiezingen, een parlement, een rechterlijke macht, een Openbaar Ministerie, media en burgers die zich kritisch kunnen uitspreken. Dat moeten wij erkennen. Maar dat ontslaat ons niet van de plicht naar de werkelijkheid binnen onze instellingen te kijken. Want Suriname vertoont steeds meer kenmerken die met een bananenrepubliek worden geassocieerd: een zwakke handhaving van regels; politieke benoemingen boven deskundigheid; gebrekkige transparantie; vermenging van partijbelang en staatsbelang; onvoldoende bescherming van publieke middelen; ongelijke behandeling van machtigen en gewone burgers; voortvluchtige veroordeelden die jarenlang uit handen van justitie blijven; en steeds terugkerende corruptieschandalen rond personen in hoge functies. Wanneer we de poging zien om het recht te politiseren, dan zijn we aardig op weg om de beschermende laag van onze democratie omver te helpen en duidelijk in de richting van een bananenrepubliek te gaan. Het gevaar ontstaat wanneer we de kenmerken herkennen, maar ze normaal beginnen te vinden.
Deh fii rustig! De rechtsstaat leeft nog
Toch moeten wij voorzichtig zijn met de conclusie dat alles verloren is.Dat politieambtenaren, bankdirecteuren, parlementariërs, ministers en andere machtsdragers worden onderzocht, aangehouden, vervolgd of veroordeeld, bewijst ook dat onderdelen van de rechtsstaat nog functioneren. Er zijn nog politieambtenaren die onderzoek doen. Er zijn nog officieren van justitie die hun werk naar behoren doen. Er zijn nog rechters die vonnissen uitspreken. Er zijn nog journalisten die vragen stellen en burgers die weigeren te zwijgen.
In een bananenrepubliek worden de machtigen niet meer onderzocht. Daar worden dossiers gesloten voordat zij geopend zijn. Daar bepaalt politieke bescherming wie boven de wet staat. De aanhoudingen en vervolgingen tonen daarom twee werkelijkheden tegelijk. Enerzijds zien wij ernstige vervuiling binnen de instituties. Anderzijds zijn er binnen diezelfde instituties nog mensen die proberen de vervuiling te bestrijden. De beslissende vraag is welke kracht uiteindelijk sterker zal blijken. De rechtsstaat of de ondermijning?
En dan komt “olie en gas” Juist nu staat Suriname aan de vooravond van mogelijk grote inkomsten uit olie en gas. Daardoor wordt de criminaliteit niet alleen een veiligheidsprobleem. Zij wordt een vraagstuk van nationale overleving. Kunnen wij, nu wij dit alles weten, het beheer van onze olie- en gasrijkdom met een gerust hart overlaten aan bestuurders die moeite hebben verantwoord met staatsmiddelen om te gaan?
Kunnen wij miljarden toevertrouwen aan een bestuurlijk systeem waarin transparantie telkens opnieuw moet worden afgedwongen? Kunnen wij erop vertrouwen dat toekomstige olie-inkomsten eerlijk en doelmatig worden beheerd, wanneer wij vandaag niet altijd kunnen garanderen dat geld, goederen, verdovende middelen en bewijsmateriaal veilig zijn binnen onze instellingen?
Olie maakt een zwakke staat niet vanzelf sterk. Geld herstelt geen ondeugdelijk bestuur. Miljarden veranderen geen politieke cultuur waarin verantwoording wordt ontweken. Rijkdom maakt corrupte instellingen niet eerlijker. Integendeel: grote inkomsten kunnen bestaande zwakheden juist vergroten. Wanneer instituties sterk zijn, controle onafhankelijk is en bestuurders transparant handelen, kan olie bijdragen aan onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting, infrastructuur en duurzame economische ontwikkeling.
Maar wanneer corruptie, partijpolitieke bevoordeling en straffeloosheid al in het systeem aanwezig zijn, kan olie de staat veranderen in een grabbelton waarin politieke en economische groepen in graaien. Dan wordt olie geen redding, maar brandstof voor verdere corruptie. De werkelijke vraag is daarom niet hoeveel olie Suriname bezit.
De vraag is of Suriname bestuurlijk en moreel sterk genoeg is om haar rijkdom te beheersen, of dat die rijkdom onze politiek, onze instellingen en onze samenleving zal overheersen.
