Schulden als politiek wapen -1-


Hoe Paars haar opvolgers met schulden verlamt

Een regering kan om verschillende redenen schulden maken. Lenen is op zichzelf niet verkeerd. Ook goed bestuurde landen lenen voor investeringen, ontwikkeling en het opvangen van economische tegenslagen. Maar wanneer verschillende regeringen met dezelfde Paarse signatuur telkens opnieuw een onhoudbare schuldenlast en een financieel beschadigde staat achterlaten, mogen wij niet langer uitsluitend naar afzonderlijke fouten kijken. Dan ontstaat een terugkerend patroon: de opvolgende regering begint niet met ruimte om te besturen, maar met de opdracht een financiële ravage op te ruimen. De schuld wordt daarmee meer dan een financiële erfenis. Zij ontneemt de volgende regering tijd, geld en bestuurlijke ademruimte. Zij verlamt haar nog voordat zij is begonnen. 

De Paarse tijdbom
Deh fii ernstig! We zagen het bij de regering-Wijdenbosch. We zagen het opnieuw bij Bouterse I en bij Bouterse II. Het patroon bleef hetzelfde; alleen de ravage werd steeds groter. Telkens kreeg de volgende regering niet zomaar een rekening gepresenteerd, maar een torenhoge schuldenlast. Zij kon nauwelijks beginnen met haar eigen programma, omdat zij eerst de financiële puinhoop moest opruimen. Onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid en productie vroegen dringend om investeringen, maar geld, tijd en bestuurlijke energie verdwenen in schuldsanering en herstel.

De nieuwe regering probeert orde op zaken te stellen, maar vecht tegelijk tegen torenhoge schulden, betalingsachterstanden, verzwakte instellingen en een economie die nauwelijks ademruimte heeft. De samenleving voelt de pijn en wijst al snel de nieuwe regering als schuldige aan. De veroorzaker blijft buiten schot. De opruimer krijgt de rekening.

Dat maakt het allemaal nog wranger. Zo krijgt de schuldenlast een politieke werking: degene die de schade veroorzaakt, kan buiten beeld blijven, terwijl degene die haar probeert te herstellen de prijs betaalt.

Dat is precies wat tussen 2020 en 2025 zichtbaar werd. De regering die in 2020 aantrad, vocht tegen de schuldenlast die zij had geërfd, maar betaalde uiteindelijk ook de politieke prijs voor het herstelbeleid. Paars keerde in 2025 terug naar de macht en kon zich opnieuw presenteren als alternatief voor de pijn van de sanering. Zo sloot de cirkel zich. De veroorzaker verdween naar de achtergrond; de opruimer werd afgerekend. We zitten nu middenin. Nyan Dringi Prisiri. Zo wordt schuld meer dan een financieel probleem. Zij wordt een keihard politiek wapen.

De erfenis van 2020
De financiële erfenis van 2020 behoorde tot de zwaarste uit onze moderne geschiedenis. De omvang ervan laat geen ruimte voor verzachtende woorden. Suriname verkeerde niet in een gewone economische terugval, maar in een diepe financiële crisis.

Volgens het IMF bedroeg de staatsschuld eind 2020 ongeveer 148 procent van het bruto binnenlands product. De schuld was onhoudbaar. De bruikbare deviezenreserves waren uitgeput. Betalingsachterstanden stapelden zich op. De munt verloor sterk aan waarde en begrotingstekorten waren met geldschepping gefinancierd.

Daarnaast wordt melding gemaakt van een inventarisatie van ongeveer 225 leningen die tijdens Bouterse I en Bouterse II zouden zijn afgesloten. Tweehonderdvijfentwintig. Omgerekend bijna twee leningen per maand, tien jaar lang. Als dat aantal klopt, roept het een onvermijdelijke vraag op: wat heeft Suriname tegenover al dat geleende geld teruggekregen?

Pe a moni de?
Waar is het geld? Waar zijn de moderne scholen? Waar zijn de goed uitgeruste ziekenhuizen? Waar zijn de sterke parastatalen? Waar is de productie die inkomsten oplevert? Waar zijn de wegen, woningen en voorzieningen die tegenover al die leningen hadden moeten staan?

Suriname had genoeg geleend om na tien jaar aantoonbaar sterker te staan. Maar tegenover de groeiende schulden zagen wij onvoldoende duurzame ontwikkeling en te weinig nieuwe productie om die schulden te dragen. Pe a moni de?, was daarom geen populistische kreet, maar de logische vraag van een samenleving die de schulden wel zag, maar de opbrengst nauwelijks herkende.

Bigi problema
Suriname had in 2020 meer dan een financieel probleem. Ook de staat zelf was verzwakt en diep gepolitiseerd. Partijpolitiek verdrong nationale verantwoordelijkheid. Instituties raakten uitgehold. Deskundigheid maakte plaats voor loyaliteit. Toezicht verzwakte en verantwoordelijkheid verdween. De staat functioneerde steeds minder voor Suriname en steeds meer voor het belang van de partij. Er was sprake van moreel verval.

“A no mi” werd het schild waarachter verantwoordelijkheid verdween. De schuld werd doorgeschoven en één vraag bleef onbeantwoord: als niemand verantwoordelijk was, wie bestuurde het land dan? Suriname leek bijna anti-transparant te zijn geworden. Plaats daarnaast de valse geruststelling “nex no fout” en het drama is compleet. Niemand was verantwoordelijk. Niets was fout. Alles kon doorgaan.

Waarom keerde Paars dan terug?
Het antwoord ligt niet alleen bij Paars, maar ook in de politieke spraakverwarring van ons eigen Babylon. Feiten, schuld en verantwoordelijkheid liepen door elkaar. De veroorzaker werd verlosser. De opruimer werd schuldige. En in die verwarring vond Paars opnieuw haar weg naar de macht.

Bij de verkiezingen van mei 2025 gaf een diep teleurgestelde samenleving achttien zetels aan Paars. De NDP werd daarmee opnieuw de grootste partij. Kenki Systeem had gewerkt. De zetels waren binnen en teleurgesteld hoorden de kiezers daarna: “ik had niks beloofd”. Het bleef stil.

Maar Paars behaalde geen zelfstandige regeringsmacht. Daarvoor had zij anderen nodig. Vijf partijen werden bijeen geharkt en zorgden samen voor de regeringsmacht.

Waarom deden zij dat? Geloofden zij werkelijk dat Paars was veranderd? Geloofden zij in Kenki Systeem? Was de afkeer van de vorige regering sterker dan hun herinnering aan de Paarse erfenis? Ging het om landsbelang, om politieke macht, om ministeries en benoemingen? Of lonkten de toekomstige olie- en gasdollars te sterk?

Was Kenki Systeem een overtuiging, of slechts de toegang tot de macht?
We mogen niet uit het oog verliezen dat Paars de verkiezingsstrijd sterk polariseerde. Misschien was dat wel het meest wrange en ordinaire onderdeel van deze verkiezingen. Niet alleen de onderlaag en de politieke ballenjongens trokken de etnische kaart. Ook kopstukken van de partij deden eraan mee.

Waar een samenleving in nood behoefte had aan rust, richting en verbinding, werd opnieuw verdeeldheid gezaaid. Niet beleid, maar afkomst werd het strijdmiddel. Niet Suriname stond centraal, maar de vraag wie bij wie hoorde. Zo werd de verwarring niet opgelost, maar vergroot. Want in troebel water is het gemakkelijker vissen.

De politieke kringloop
Dat is die tori. Zo werkt de politieke kringloop. Paars laat de tijdbom achter. De opvolger probeert haar te ontmantelen en betaalt daarvoor de politieke prijs. De samenleving voelt de pijn, wijst de opruimer aan als schuldige en haalt uiteindelijk de veroorzaker opnieuw binnen. De veroorzaker wordt verlosser. De opruimer wordt dader. En dezelfde tori begint opnieuw. Pur bruku, wer bruku!

Paars en haar vijf coalitiepartners
Paars en haar vijf coalitiepartners vormen samen de regering. Daarmee delen zij ook de verantwoordelijkheid. Niemand kan zich later verschuilen achter een kleine fractie, een beperkt ministerie of het excuus dat Paars de koers bepaalt. Wie toetreedt tot de macht, wordt mede-eigenaar van de besluiten die daar worden genomen.

Maar deze regering heeft geen plan. Geen roadmap. Geen GPS. Kenki Systeem moest verandering betekenen, maar niemand weet nog welk systeem wordt veranderd, hoe dat zal gebeuren en waar deze coalitie Suriname naartoe wil brengen.En alsof dat nog niet genoeg is, spreekt één van de partijen over Wan Nyun Pasi — een nieuwe weg.

Plan no deh!. Roadmap no deh!. GPS no deh!.
Hoezo “Wan Nyun Pasi”. Een nieuwe weg zonder kaart?
“Gim wan bigi brek”. Have a heart!

Quo vadis, Suriname?
Waarheen, Mama Sranan?

In het volgende artikel halen wij de schulden-tijdbom uit elkaar.
Lening voor lening. Besluit voor besluit. Rekening voor rekening.

Paul Middellijn