De leen Bakroe -1- 225 leningen is geen grapje

Suriname lijkt bezeten door een leen bakroe. Zodra het geld op is, springt de Bakroe uit het doosje en verschijnt dezelfde nep-oplossing: lenen. Voor begrotingstekorten, projecten, consumptie, oude schulden en vaak zelfs om de gevolgen van eerdere leningen op te vangen. Een gat met een gat dekken heet dat. Eén lening kan noodzakelijk zijn. Tien kunnen beleid zijn. Maar wanneer een regering in tien jaar ongeveer 225 leningen afsluit, dan moeten wij ons ernstig afvragen wat voor bestuurlijk systeem daarachter zit. Deh fii ernstig!

Volgens het officiële Herstelplan 2020-2022 van regering Santokhi/Brunswijk stonden er na het vertrek van de regering-Bouterse 225 leningen open die tussen 2010 en juli 2020 waren afgesloten: 169 in vreemde valuta en 56 in Surinaamse dollars. Dat komt neer op gemiddeld bijna twee leningen per maand, tien jaar lang. Dis na hogri!

Lenen is op zichzelf geen zonde

Een land mag lenen. Soms moet een land zelfs lenen. Voor een haven, een ziekenhuis, een elektriciteitscentrale, goed onderwijs, wegen, woningbouw of andere investeringen die jaren meegaan en economische waarde creëren. Maar dan moet er wel iets tegenover de schuld staan.

Een lening voor een brug laat een brug achter.
Een lening voor energie moet productiecapaciteit achterlaten.
Een lening voor onderwijs moet scholen, kennis of menselijk kapitaal opleveren.
Een lening voor economische ontwikkeling moet uiteindelijk helpen om méér geld te verdienen dan vóór de lening. Anders blijft alleen de rekening over.

En dát ervaren we elke dag! Vandaar de vraag; Pe a moni deh? Waar is het vermogen dat tegenover deze schulden staat? Wat hebben wij ervoor teruggekregen?

Na tien jaar lenen zou het land eigenlijk vol tastbare antwoorden moeten staan.
Waar zijn de moderne ziekenhuizen?
Waar is het openbaar vervoer?
Waar zijn de grootschalige productiebedrijven?
Waar is de infrastructuur die onze economie sterker heeft gemaakt?
Waar zijn de investeringen die vandaag inkomsten genereren?

Dat betekent niet dat met geleend geld helemaal niets is gerealiseerd. Het betekent wel dat bij een schuldportefeuille van deze omvang de samenleving het recht heeft om een heel eenvoudige balans te verlangen: Wat kwam binnen — en wat staat er vandaag tegenover? Dat is geen partijpolitieke vraag. Dat is boekhouden. Het is rekenen.

De schuld bleef, de waarde verdampte

Aan het einde van 2020 stond de Surinaamse overheidsschuld volgens het IMF op ongeveer 148 procent van het bruto binnenlands product. Het IMF kwalificeerde die schuldpositie als onhoudbaar en beschreef ernstige fiscale en externe onevenwichtigheden na jaren van economisch wanbeheer. (IMF eLibrary)

Dat percentage is belangrijk, maar het vertelt nog niet het hele verhaal.Want schulden worden uiteindelijk niet terugbetaald met percentages. Ze worden betaald met belastinggeld, exportinkomsten, bezuinigingen en offers van mensen die vaak niets te zeggen hadden over het aangaan van de schuld.

Wanneer de Staat te veel leent, komt de rekening uiteindelijk terecht bij:
de winkelier die meer belasting betaalt, de ambtenaar wiens koopkracht daalt, de patiënt die medicijnen mist, het kind in een slecht onderhouden school en de ondernemer die tegen hoge rente moet proberen te overleven. En u en ik die in de winkel pijn hebben als we de verhogingen zien. “W-e dede in a film”.- We gaan kapot in deze film!

De lening wordt afgesloten door de regering.
De schuld wordt geërfd door de samenleving.

Daarom worden we achtervolgd door deze vragen;
225 leningen, waarvoor, hoezo?
Wie besloot dat er geleend moest worden?
Waarvoor werd het geld gebruikt?
Welke voorwaarden werden geaccepteerd?
Wie controleerde de besteding?
Welke projecten leverden daadwerkelijk rendement op?
En wie legde verantwoording af toen we op de rand van financiële ontwrichting stonden?

Lenen als financieel instrument en lenen als bestuurlijke verslaving zijn twee dingen! Een verantwoord bestuur heeft een plan. Een leen-bakroe zegt slechts: Moni no de? Lenen. En morgen zien we wel verder.

Het gevaarlijke van gemak.

Dit is niet alleen de schuld zelf, maar het idee dat de Staat altijd ergens opnieuw geld kan vinden, wanneer haar eigen inkomsten tekortschieten. We kunnen dus verbrassen en daarna op bedeltoer.

Het trucje van onzichtbaarheid.

Er hoeft vandaag geen belasting te worden verhoogd. Er hoeft vandaag geen impopulaire keuze te worden gemaakt. De regering kan vandaag uitgeven en de terugbetaling doorschuiven naar morgen. Herkent u dit? De gevolgen zijn desastreus! En staan bekend als de politieke tijdbom!

Dit is misleidende “Nyan, Dringi, Prisiri” politiek, met ingebouwde vernietiging! Want morgen komt altijd. En morgen komt met rente.

Deh fii ernstig!
Paul Middellijn