Rijkdom is nog geen ontwikkeling — Deel 1

Door Hans Ramsoedh

Deel 1 van 3

Wie het huidige Suriname probeert te begrijpen, kijkt vanzelfsprekend naar de gebeurtenissen van vandaag: de staatsschuld, corruptie, politieke benoemingen, etnische partijvorming, de afhankelijkheid van grondstoffen en vooral de verwachtingen rond de miljarden aan olie-inkomsten die vanaf 2028 beschikbaar kunnen komen. Maar de belangrijkste vraag is misschien niet hoeveel geld Suriname straks aan olie zal verdienen. Veel belangrijker is of de Surinaamse staat en samenleving in staat zullen zijn die rijkdom verstandig en duurzaam te beheren.

Juist daarom is het opmerkelijk dat twee boeken die tientallen jaren geleden over de ontwikkeling van Suriname nadachten, in het huidige debat nauwelijks een rol spelen: Anders maakt het leven je dood. De dreigende verdwijning van de staat Suriname van Rudie Kross uit 1987 en Onderontwikkeling is een keuze van Maureen Silos uit 1991. Hun waarde ligt niet in nostalgie, maar in de vragen die zij stellen: waarom blijft Suriname, ondanks natuurlijke rijkdom en perioden van economische groei, kwetsbaar? En welke mechanismen zorgen ervoor dat bestuurlijke zwakte en onderontwikkeling zich kunnen blijven reproduceren?

Rudie Kross: de staat als voorwaarde voor ontwikkeling

Rudie Kross (1938-2002) was journalist, vakbondsbestuurder en maatschappelijk betrokken denker. In 1970 werkte hij bij de Surinaamse Radio Stichting, waar hij de actualiteitenrubriek Dingen van Deze Dag verzorgde. Zijn kritische houding bracht hem in conflict met de regering-Sedney, die hem een spreekverbod oplegde. Later was hij algemeen secretaris van de Moederbond en in de jaren tachtig als adviseur betrokken bij de legerleiding. De Decembermoorden van 1982, waarbij onder anderen Jozef Slagveer en Cyrill Daal werden gedood, vormden een belangrijk keerpunt. In 1983 verliet Kross Suriname.

In Anders maakt het leven je dood onderzoekt Kross wat er gebeurt wanneer instituties steeds minder in staat zijn hun functie te vervullen. Problemen staan volgens hem niet los van elkaar. Economische omstandigheden, sociale verhoudingen, het functioneren van de staat en de manier waarop mensen omgaan met hun leefomgeving kunnen elkaar versterken.

Daarmee krijgt de staat een centrale plaats. Een goed functionerende staat moet niet alleen wetten maken en belastingen innen. Hij moet veiligheid, stabiliteit en voorwaarden voor economische en maatschappelijke ontwikkeling bieden. Wanneer de staat daarin tekortschiet, worden mensen steeds sterker op zichzelf aangewezen. Zij zoeken individuele oplossingen voor problemen die in wezen structureel zijn.

Dat initiatief kan noodzakelijk zijn, maar het gevaar ontstaat wanneer individuele oplossingen de plaats innemen van collectieve oplossingen. De samenleving raakt dan verder gefragmenteerd, terwijl de onderliggende problemen blijven bestaan. De subtitel de dreigende verdwijning van de staat Suriname moet daarom niet alleen letterlijk worden gelezen. Het gaat ook om een staat die formeel nog bestaat, maar steeds minder in staat is gezag uit te oefenen, vertrouwen te behouden en publieke problemen op te lossen.

Armoede is meer dan gebrek aan geld

Kross ziet armoede evenmin uitsluitend als een laag inkomen. Wie voortdurend bezig is met overleven, heeft minder ruimte om vooruit te kijken, risico’s te nemen en gezamenlijk aan een toekomst te werken. Economische onzekerheid krijgt daardoor sociale en politieke gevolgen. Zo ontstaat een vicieuze cirkel waarin kwetsbaarheid en zwakke instituties elkaar versterken.

Ook de natuurlijke omgeving hoort bij die analyse. Wanneer een samenleving haar eigen bestaansvoorwaarden aantast, ondergraaft zij uiteindelijk haar toekomst. De recente vissterfte in de bovenloop van de Saramaccarivier laat zien hoe actueel die gedachte is. Ontwikkeling gaat daarom niet alleen over geld, maar ook over de kwaliteit van instituties, sociale samenhang en de omgeving die aan volgende generaties wordt nagelaten.

Daarmee wordt Kross verrassend actueel. Suriname staat aan de vooravond van mogelijk veel grotere olie-inkomsten. Maar extra geld maakt een zwakke staat niet automatisch sterker. Het kan een zwakke staat zelfs kwetsbaarder maken wanneer instituties onvoldoende zijn toegerust om grote inkomsten te beheren.

De vraag is daarom niet alleen wat Suriname met de toekomstige olie-inkomsten zal doen, maar ook wat die olie-inkomsten met Suriname zullen doen. Dat hangt uiteindelijk minder af van de omvang van de opbrengsten dan van de kwaliteit van de staat, de instituties en de keuzes die eraan ten grondslag liggen.

Kross was overigens niet alleen journalist en vakbondsman. Samen met Albert Helman schreef hij het scenario voor de film Wan Pipel uit 1976. De titel Anders maakt het leven je dood verwijst naar een uitspraak uit die film: “Zó moeten arme mensen leven, of anders maakt het leven je dood.” Die zin vat de sociale urgentie van zijn werk goed samen. Niet veranderen, niet leren en niet versterken wat zwak is, kan uiteindelijk gevaarlijker zijn dan verandering zelf.

Daarom is zijn boek minder een voorspelling van ondergang dan een waarschuwing tegen zelfgenoegzaamheid. Een samenleving blijft niet vanzelf gezond. Zij moet haar instituties onderhouden, problemen gezamenlijk aanpakken en bereid zijn bestaande patronen ter discussie te stellen.