Rijkdom is nog geen ontwikkeling — Deel 3

Door Hans Ramsoedh

Deel 3 van 3

De analyse van Maureen Silos gaat verder dan de drie mechanismen die in deel 2 van deze bespreking centraal stonden. Onderontwikkeling is een keuze is opgebouwd als één doorlopende redenering. Eerst formuleert Silos haar these, daarna onderzoekt zij de ontwikkeling van menselijke cognitie, vervolgens past zij haar analyse toe op de maatschappelijke werkelijkheid en ten slotte stelt zij de vraag hoe wetenschap kan bijdragen aan ontwikkeling.

Van theorie naar ontwikkeling

In het eerste deel stelt Silos de traditionele benadering van onderontwikkeling ter discussie. Onderontwikkeling moet volgens haar niet uitsluitend worden verklaard vanuit externe omstandigheden. Ook de manier waarop mensen denken, handelen en maatschappelijke structuren vormgeven, kan ontwikkeling bevorderen of juist belemmeren.

In het tweede deel verdiept zij die gedachte door de maatschappelijke problematiek te verbinden met de ontwikkeling van menselijke cognitie. De manier waarop mensen de werkelijkheid waarnemen en begrijpen is volgens haar niet statisch. Juist daarom is de ontwikkeling van kritisch, analytisch en causaal denken van betekenis voor de ontwikkeling van samenlevingen.

In het vierde deel verschuift de aandacht naar de vraag hoe ontwikkeling wél tot stand kan worden gebracht. Als onderontwikkeling kan worden verklaard vanuit bepaalde manieren van denken en maatschappelijke structuren, dan moet het volgens Silos ook mogelijk zijn kennis te ontwikkelen waarmee die patronen kunnen worden begrepen en doorbroken. Wetenschap krijgt daarmee niet alleen de taak de werkelijkheid te beschrijven, maar ook bij te dragen aan maatschappelijke verandering.

Rijkdom is nog geen ontwikkeling

Dat brengt ons terug bij Suriname in 2026. Het land staat opnieuw voor een historische kans. De verwachte olie-inkomsten kunnen de financiële ruimte van de staat aanzienlijk vergroten. Maar vanuit het perspectief van zowel Kross als Silos volgt daaruit nog geen ontwikkeling.

Kross vestigt de aandacht op de kwaliteit van de staat. Een samenleving kan alleen duurzaam profiteren van rijkdom wanneer haar instituties sterk genoeg zijn om beleid te maken, inkomsten te beheren, regels toe te passen en publieke belangen te beschermen. Een zwakke staat kan grote inkomsten ontvangen zonder dat daar structurele ontwikkeling uit voortkomt.

Silos richt de aandacht vervolgens op de samenleving zelf. Welke manieren van denken, politieke verhoudingen en economische gewoonten bepalen of nieuwe mogelijkheden worden benut? Een land kan over grondstoffen beschikken en toch afhankelijk en kwetsbaar blijven wanneer het onvoldoende productieve capaciteit ontwikkelt, wanneer burgers vooral afhankelijk blijven van politieke gunsten en wanneer kritisch denken en eigen initiatief te weinig ruimte krijgen.

De combinatie van beide analyses is precies wat deze boeken vandaag zo relevant maakt. Kross vraagt of de staat sterk genoeg is. Silos vraagt of de samenleving bereid en in staat is anders te denken en anders te handelen.

Dat maakt de olievraag groter dan een discussie over miljarden. De echte vraag is wat Suriname met die rijkdom wil worden. Worden olie-inkomsten gebruikt om onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur en productieve sectoren te versterken? Worden instituties sterker en transparanter? Ontstaat er ruimte voor ondernemerschap, kennis en innovatie? Of worden oude patronen alleen groter omdat er meer geld doorheen stroomt?

Daarbij gaat het niet alleen om begrotingen en economische groei. De toekomstige olie-inkomsten zullen ook zichtbaar maken hoe Suriname omgaat met verantwoordelijkheid, toezicht en lange termijn. Meer financiële ruimte kan goede instituties versterken, maar kan zwakke instituties ook zwaarder belasten. Precies daarom is de periode vóór de grote inkomsten minstens zo belangrijk als de periode erna.

De kern van beide boeken is uiteindelijk dat ontwikkeling niet vanzelf ontstaat uit bezit. Zij vraagt om staatskracht én maatschappelijke kracht: instellingen die werken, burgers die verantwoordelijkheid nemen, kennis die wordt gebruikt en een economie die nieuwe waarde kan voortbrengen. Dat maakt hun boodschap ongemakkelijk, maar ook praktisch.

De spiegel voor Suriname

De boeken van Kross en Silos zijn geen voorspellingen voor 2028. Ze bieden iets anders: een spiegel waarin het Suriname van 2026 zichzelf kan herkennen. Juist nu toekomstige rijkdom bijna tastbaar lijkt, wordt de vraag naar bestuur, verantwoordelijkheid en maatschappelijke keuzes urgenter.

Natuurlijke rijkdom kan een kans zijn, maar zij is geen garantie. Rijkdom wordt pas ontwikkeling wanneer een samenleving in staat is haar middelen om te zetten in duurzame vooruitgang.

Daarmee eindigt deze driedelige bespreking bij een eenvoudige maar fundamentele vraag: zal Suriname alleen rijker worden, of ook sterker?


Literatuur
Rudie F. Kross (1987), Anders maakt het leven je dood. De dreigende verdwijning van de staat Suriname (Groningen: Muusses).
Maureen Silos (1991), Onderontwikkeling is een keuze (Paramaribo: Drukkerij Leo Victor).