Een vrouw als president

Deel 1 — De geschiedenis begint niet bij haar beëdiging

Suriname heeft voor het eerst een vrouw als president. Dat is historisch. Voor vrouwen en meisjes kan haar benoeming het bewijs zijn dat ook het hoogste ambt bereikbaar is. Een grens die lang zichtbaar bleef, is doorbroken.

Maar daarmee is nog niet gezegd dat ook het politieke verleden is doorbroken.

Een vrouw aan de top betekent niet automatisch een andere manier van besturen. Een historisch symbool wordt pas werkelijk betekenisvol wanneer het zichtbaar wordt in beleid, verantwoordelijkheid, bestuursstijl en de omgang met macht. De belangrijkste vraag is daarom niet alleen wie president is geworden, maar vooral:

Wat verandert er nu in de manier waarop Suriname wordt bestuurd?

Daar begint het verhaal met vraagtekens.

Geen geleend verleden

Deze president heeft geen geleend verleden. Haar politieke geschiedenis is niet door anderen voor haar geschreven en kan niet worden afgedaan als schuld door associatie. Zij stond zelf jarenlang op een van de machtigste plaatsen binnen het staatsbestel.

Jennifer Geerlings-Simons was van 2010 tot 2020 voorzitter van De Nationale Assemblée. Tien jaar lang leidde zij het hoogste vertegenwoordigende orgaan van het volk, precies gedurende de twee regeringsperioden van Desi Bouterse. Zij bevond zich dus niet aan de rand van de macht, maar midden in het staatsbestel dat die macht moest controleren en begrenzen. Sinds juli 2025 is zij de eerste vrouwelijke president van Suriname. (De Nationale Assemblee)

Bouterse was niet zomaar een president of partijleider. Hij kwam voort uit de militaire staatsgreep van 1980 en werd internationaal langdurig aangeduid als voormalig militair dictator. Zijn politieke leiderschap drukte decennialang een zwaar stempel op Suriname.

Simons vertegenwoordigde als parlementsvoorzitter niet persoonlijk de president, maar zij leidde wel tien jaar lang een parlement waarin haar eigen partij en haar eigen president de macht domineerden. Daarom kan zij zich achteraf niet presenteren als iemand die slechts heeft toegekeken.

Een parlementsvoorzitter bewaakt niet alleen de vergaderorde. Zij draagt mede verantwoordelijkheid voor de zelfstandigheid, waardigheid en controlerende taak van het parlement.

De vragen zijn daarom onvermijdelijk:

Wat zag zij? Wat wist zij? Waartegen verzette zij zich? Wat hielp zij mogelijk maken? En wanneer koos zij voor het parlement boven haar partij en haar president?

Een parlement dat moest begrenzen

Een parlement behoort de regering te controleren. Het moet grenzen stellen waar macht, geld en bevoegdheden te ruim worden gebruikt. Juist onder het voorzitterschap van Simons werd echter ruimte geschapen om financiële grenzen verder op te rekken.

In december 2016 nam De Nationale Assemblée twee machtigingswetten aan waarmee de minister van Financiën mocht afwijken van het obligoplafond voor de staatsschuld. De officiële archieven van het parlement vermelden twee afzonderlijke stemmingen over die afwijking. (DNA)

Daarmee werd een grens die juist bedoeld was om onverantwoord lenen te voorkomen, politiek verplaatsbaar gemaakt.

Het parlement had de regering moeten afremmen. In plaats daarvan hielp de meerderheid haar verder op weg. De voorzitter was niet verantwoordelijk voor iedere stem van ieder lid, maar zij stond wel aan het hoofd van het instituut waarin deze beslissingen werden genomen.

De gevolgen van het bredere financiële beleid waren zwaar. Volgens het IMF bedroeg de Surinaamse staatsschuld eind 2020 ongeveer 148 procent van het bruto binnenlands product en was zij onhoudbaar. De Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank constateerde daarnaast dat de overheidsuitgaven tussen 2010 en 2019 sterk stegen en dat de schuldquote in dezelfde periode explosief opliep. (IMF eLibrary)

Wie tien jaar lang het parlement leidt tijdens zo’n ontwikkeling, kan later niet alleen spreken over wat anderen hebben achtergelaten. Ook haar eigen functioneren moet worden onderzocht.

De zelfamnestie

Een van de zwaarste momenten uit die periode was de wijziging van de Amnestiewet in april 2012.

Die wetswijziging raakte rechtstreeks het strafproces rond de Decembermoorden, waarin Bouterse en andere verdachten terechtstonden. Het parlement nam de wijziging aan terwijl Simons voorzitter was. Zij verdedigde de amnestie bovendien publiekelijk. De wet werd later door het Constitutioneel Hof buiten werking gesteld. (De Nationale Assemblee)

Politiek werd zij daarom terecht aangeduid als een vorm van zelfamnestie: de machthebbers gebruikten hun parlementaire meerderheid om een wet te veranderen die gevolgen kon hebben voor de strafrechtelijke positie van hun eigen president.

Dat moment raakt de kern van de rechtsstaat. Een parlement moet niet worden gebruikt om de macht tegen de werking van het recht te beschermen. Wanneer dat toch gebeurt, is de houding van zijn voorzitter geen detail.

Ook hier blijven de vragen staan.

Beschermde zij de onafhankelijkheid van het parlement? Beschermde zij de rechtsstaat? Of hielp zij een politieke meerderheid om het verleden van haar eigen leider af te schermen?

De cultuur van ondoorzichtigheid

De periode-Bouterse werd niet alleen gekenmerkt door oplopende schulden. Zij werd ook gekenmerkt door ondoorzichtig bestuur, zwakke verantwoording, verspilling en een lange rij groot aangekondigde projecten waarvan de resultaten dikwijls achterbleven.

Luchtkastelen werden verkocht als ontwikkeling. Plannen werden gepresenteerd alsof de uitvoering al verzekerd was. Grote woorden namen de plaats in van controleerbare resultaten. Wie vragen stelde over financiering, haalbaarheid of verantwoordelijkheid, kreeg te vaak geen helder antwoord.

Zo ontstond een systeem waarin de belofte belangrijker werd dan de uitvoering.

De samenleving werd voorgehouden dat vooruitgang onderweg was, terwijl de rekening steeds verder opliep. Het resultaat was niet alleen financiële schade. Ook het vertrouwen in bestuur, politiek en instituties werd aangetast.

Simons stond gedurende die tien jaar niet buiten deze bestuurscultuur. Zij leidde het parlement dat de regering moest dwingen tot openheid. Juist daarom moet worden gevraagd welke bijdrage zij leverde aan transparantie — en waar zij het systeem ruimte gaf om zich aan controle te onttrekken.

Een voorzitter kan niet persoonlijk verantwoordelijk worden gemaakt voor iedere mislukking of iedere verspilde dollar. Maar tien jaar lang zwijgen, meegaan of onvoldoende begrenzen vormt óók een politieke staat van dienst.

Het erfgoed van de belofte

Misschien heeft de huidige president niet alleen de partij van Bouterse geërfd. Misschien heeft zij ook zijn belangrijkste politieke instrument overgenomen: het beloven.

Bouterse beheerste de kunst van de grote aankondiging. Ontwikkeling, woningen, banen, infrastructuur en welvaart lagen volgens zijn toespraken steeds binnen handbereik. De toekomst werd breed uitgemeten, maar de weg ernaartoe bleef dikwijls vaag.

Nu horen wij opnieuw woorden over herstel, rechtvaardigheid, kansen, olie-inkomsten en een betere toekomst. Natuurlijk moet een nieuwe president perspectief bieden. Een samenleving zonder hoop komt niet vooruit.

Maar hoop zonder plan wordt een luchtkasteel.

Een belofte krijgt pas betekenis wanneer duidelijk is wat zij kost, wie haar uitvoert, wanneer zij wordt uitgevoerd en hoe de samenleving de resultaten kan controleren. Anders blijft de politiek verhalen verkopen terwijl het land de rekening betaalt.

Daarom mogen wij niet alleen luisteren naar wat deze president belooft. Wij moeten ook onderzoeken of achter haar woorden een uitvoerbaar beleid staat.

Heeft Suriname een nieuwe president gekregen, of slechts een nieuwe verteller van oude beloften?

De track record van de president

Een president begint niet op de dag van haar beëdiging. Zij neemt haar keuzes, haar stiltes, haar verdedigingen en haar politieke verantwoordelijkheid mee naar het hoogste ambt.

Het track record van deze president ligt er.

Tien jaar lang stond zij aan het hoofd van het parlement in een periode waarin financiële grenzen werden verlegd, de Amnestiewet werd gewijzigd, transparantie tekortschoot en grote beloften dikwijls sterker klonken dan de resultaten. Zij stond niet buiten het systeem. Zij maakte deel uit van de politieke leiding die het moest controleren, begrenzen en ter verantwoording roepen.

Dat verleden maakt haar presidentschap niet bij voorbaat onmogelijk. Mensen kunnen veranderen. Politici kunnen lessen trekken. Een bestuurder kan besluiten te breken met de cultuur waarin zij jarenlang heeft gefunctioneerd.

Maar juist daarom rust op haar een zwaardere bewijslast.

Wie mede vorm gaf aan het oude systeem, moet niet alleen zeggen dat zij het anders zal doen. Zij moet door haar handelen aantonen dat zij bereid én in staat is ermee te breken.

De eerste vrouwelijke president van Suriname is daarom zowel een historisch symbool als een bestuurder met een track record dat om uitleg vraagt.

Niet haar vrouw-zijn bepaalt uiteindelijk haar plaats in de geschiedenis, maar de vraag of zij als president anders handelt dan zij als parlementsvoorzitter heeft gedaan.

In deel 2 kijken wij daarom niet langer alleen terug. Dan leggen wij haar beloften en haar optreden als president naast haar politieke verleden.

Zien wij werkelijk een breuk met het oude systeem — of beginnen de oude taal, de oude reflexen en de oude beloften zich opnieuw te tonen?

Deh fii rustig yere!