Erfgoed is meer dan wat wij graag bewaren
Suriname viert Heritage Month. Een maand waarin wij stilstaan bij onze geschiedenis, onze talen, onze cultuur en alles uit verleden én heden wat wij voor toekomstige generaties willen bewaren. Dat klinkt mooi. En het is belangrijk.
Erfgoed bestaat echter niet alleen uit wat wij graag laten zien. Het is niet alleen dans, muziek, klederdracht, gerechten, gebouwen, rituelen, kunst en ambacht. Het is niet alleen het kleurrijke deel van onze geschiedenis waarmee wij bezoekers verwelkomen en onszelf graag feliciteren.
Niet elke gebeurtenis is leuk en niet elk verhaal streelt ons ego. Ook corruptie, verspilling, bestuurlijke wanorde, politieke afhankelijkheid en onze cultuur van zwijgen behoren tot de tijdgeest. Wanneer wij werkelijk ons erfgoed willen bewaren, moeten wij ook die verhalen durven vertellen. Een samenleving die alleen haar mooie herinneringen bewaart, bewaart geen geschiedenis.
Zij bouwt een decor voor een bal masqué. Daarom mogen verhalen niet ontbreken tijdens Heritage Month. Niet alleen de verhalen die prettig klinken, maar juist ook de tori die schuren, jeuken, prikken en pijn doen.
Zonder verhalen bewaren wij voorwerpen. Met verhalen bewaren wij betekenis en het diepe gevoel dat erbij hoort. Heritage Month is een nationale viering van wat was en wat is. Van wat wij uit het verleden hebben ontvangen én van wat wij vandaag zelf aan onze cultuur, gewoonten en samenleving toevoegen.
Niet alleen onze kunst, taal, muziek en verhalen behoren daartoe, maar ook de manier waarop wij organiseren, besturen, kiezen, zwijgen en verantwoordelijkheid dragen. Wat wij vandaag doen, wordt morgen immers geschiedenis. Daarom mag Heritage Month niet alleen gaan over wat wij bewonderen en willen bewaren, maar ook over wat wij moeten onderzoeken, begrijpen en misschien veranderen.
Maar niemand lijkt daarop te wachten. Wij willen applaus. Wij willen gestreeld worden door wat ons wordt aangeboden. Wij willen erfgoed bewonderen, zolang het ons maar niet al te dwingend uitnodigt om in de spiegel te kijken. Een samenleving bewaart haar verhalen niet alleen in boeken, archieven of musea. Zij bewaart ze ook in de manier waarop zij samenkomt, viert, zingt, danst en zichzelf aan anderen toont. Maar wanneer het applaus is verstomd, moet ook een andere vraag worden gesteld:
Wat blijft er over?
Welke kennis is vastgelegd? Een nationale viering mag niet verdwijnen zodra het programma is afgelopen. Zij moet iets nalaten: kennis, documentatie, bewustwording en een eerlijker beeld van wat Suriname was en vandaag is. Anders blijft er vooral een programmafolder over, een verzameling foto’s en de herinnering aan een paar mooie momenten. Dat is te weinig voor een maand die zegt ons erfgoed te willen bewaren.
Wie betaalt, bepaalt
Een van de manco’s van een nationale Heritage Month is dat zij wordt geïnitieerd, georganiseerd en gefinancierd door de overheid. En wie betaalt, bepaalt. De overheid bepaalt welke delen van onze geschiedenis worden uitgelicht, welke instellingen een podium krijgen, welke kunstenaars worden uitgenodigd en welke verhalen als nationaal erfgoed worden gepresenteerd.
Daarmee ontstaat het risico dat Heritage Month geen open onderzoek naar onze gemeenschappelijke erfenis wordt, maar een zorgvuldig geregisseerde voorstelling. Wat goed past binnen het gewenste nationale beeld, krijgt licht, ruimte en applaus. Wat schuurt tegen macht, verantwoordelijkheid, falend bestuur of politieke belangen, blijft gemakkelijker buiten beeld.
De viering wordt dan niet alleen een selectie van ons erfgoed. Zij wordt ook een selectie van onze waarheid. Overheidssteun aan cultuur is op zichzelf niet verkeerd. Cultuur heeft publieke ondersteuning nodig. Niet iedere artistieke, historische of maatschappelijke waarde kan immers worden afgemeten aan winst. Maar het wordt kwetsbaar wanneer dezelfde overheid betaalt, organiseert, selecteert, presenteert en uiteindelijk ook zichzelf moet beoordelen.
Wie beslist welke verhalen worden verteld? Wie bepaalt welke stemmen representatief zijn voor Suriname? Wie kiest welke kunstenaars, onderzoekers, historici en organisaties toegang krijgen tot het nationale podium? En wie bepaalt welke gebeurtenissen wij liever niet oprakelen? Dezelfde overheid die onderwerp kan zijn van kritische verhalen, beslist mede welke verhalen worden verteld, wie ze vertelt en hoeveel ruimte daarvoor bestaat.
Hier ligt een wezenlijk probleem.
Een nationale erfgoedmaand moet niet alleen veilig en feestelijk zijn. Zij moet ook ruimte bieden aan onafhankelijke stemmen, pijnlijke herinneringen, bestuurlijke mislukkingen en verhalen die niet passen binnen de officiële presentatie. Anders vieren wij geen erfgoed. Dan vieren wij een goedgekeurde versie van onszelf.

Ook wat wij verzwijgen wordt erfgoed
Erfgoed bestaat niet alleen uit wat bewust wordt bewaard. Ook gewoonten, reflexen en bestuurspraktijken kunnen van generatie op generatie worden doorgegeven. De gewoonte om niet door te vragen. De gewoonte om fouten niet te onderzoeken, maar langzaam uit het publieke gesprek te laten verdwijnen. De gewoonte om verantwoordelijkheid door te schuiven: “A no mi.” Tot uiteindelijk niemand haar nog draagt. De gewoonte om mooie woorden te gebruiken waar duidelijkheid nodig is. De gewoonte om kritische stemmen als lastig te beschouwen, terwijl zij juist helpen het geheugen van de samenleving levend te houden.
Ook stilte wordt doorgegeven.
Ook “vergeten” kan een traditie worden. En ook de doofpot kan onderdeel worden van het nationale geheugen, juist doordat wij doen alsof zij niet bestaat.
De doofpotcultuur is een bijzondere kunstvorm. Zij wordt niet onderwezen op muziekscholen, kunstacademies of culturele instituten, maar lijkt toch zorgvuldig te worden overgedragen. De techniek is verfijnd. Men hoeft niet altijd te ontkennen dat er iets is gebeurd. Men wacht eenvoudig tot niemand er meer naar vraagt. Men laat de tijd het werk doen. Het publiek wordt afgeleid door het volgende feest, de volgende belofte of het volgende debacle. Daarna wordt het stil. En wanneer iemand jaren later opnieuw vragen stelt, reageert men verbaasd alsof het verhaal nooit heeft bestaan.
Dat is geen gewone vergeetachtigheid meer. Dat behoort tot ons immateriële erfgoed. Heritage Month stelt daarom een grotere vraag dan welke kleding wij dragen, welk gerecht wij bereiden of welke dans wij tonen. De werkelijke vraag is:
Welke waarheid willen wij doorgeven? De werkelijke vraag is: willen wij toekomstige generaties alleen vertellen over onze artistieke prestaties, onze feestelijke momenten en onze culturele rijkdom? Of vertellen wij ook hoe wij bestuurden, welke fouten wij maakten, welke verantwoordelijkheden wij ontweken en welke verhalen wij liever buiten beeld hielden?
Willen wij alleen bewaren wat ons trots maakt? Of ook wat ons waarschuwt? Erfgoed is niet uitsluitend schoonheid. Erfgoed is ook geheugen. Het bewaart onze prestaties, maar ook onze misstappen. Onze creativiteit, maar ook onze zwakheden. Onze verhalen op het podium, maar ook wat zich achter de schermen afspeelt.
De werkelijke waarde van Heritage Month ontstaat wanneer zij ruimte biedt aan beide: viering én onderzoek, trots én zelfkritiek, kunst én verantwoordelijkheid. Daarom zijn verhalen onmisbaar. Want zonder verhalen wordt Heritage Month een mooie tentoonstelling zonder geheugen. En een land zonder geheugen blijft dezelfde fouten opvoeren alsof het telkens een nieuwe voorstelling is.
Bij Suriname Unite zijn wij voortdurend met heritage bezig. Onze tori, artikelen, video’s en songs leggen vast hoe wij spreken, denken, voelen en handelen. Zij bewaren woorden, uitdrukkingen, herinneringen en ervaringen. Samen vormen deze verhalen een levend document van onze gemeenschappelijke ziel uit elke tijd. Dat betekent: ook wat wij liever vergeten — en zo ver mogelijk wegstoppen.
The storyteller speaks. De oude man op de berg zwijgt niet langer.
Deh fii ernstig. Ook de doofpotcultuur is erfgoed.
Paul Middellijn
