
Owen Venloo
Diaspora & Recht
Het Kan !!! Suriname is een topland met een topvolk van ruim 1 miljoen Surinamers!
Dat is precies wat ons, de Surinaamse diaspora, voor ogen stond in 1975, toen ons kleine maar lieflijk Suriname onafhankelijk werd van het Koninkrijk der Nederlanden.
Voorafgaand aan die door NPS-premier Henck Arron voor 1975 aangekondigde onafhankelijkheid was er in Suriname sprake van een grote uittocht van Surinamers die er niet gerust op waren dat het goed zou gaan met die Surinaamse onafhankelijkheid.
Algemeen, dus ook bij de andere politieke partijen, werd ervan uitgegaan dat Suriname ook die vertrekkende Surinamers hard nodig zou hebben voor de opbouw van een welvarend Suriname. Binnen de PvdA van de toenmalige Nederlandse premier Joop den Uyl hebben ook wij, de (diaspora-)Surinamers in Nederland, gepleit voor een speciaal terugkeerartikel: artikel 5, lid 2, in de Toescheidingsovereenkomst.
Volgens dit zogenoemde diaspora-artikel 5, lid 2, hebben Surinamers in Nederland “het recht te allen tijde met hun gezin onvoorwaardelijk tot de Republiek Suriname te worden toegelaten en daar in alle opzichten als Surinamer te worden behandeld”.
Omdat geen enkele Surinaamse regering het door dit artikel gevraagde nationale diasporabeleid heeft willen ontwikkelen, heeft Suriname geen gebruik gemaakt van de inmiddels zeer brede vaardigheden, expertise en netwerken van de Surinaamse diasporagemeenschap in Nederland.
Terwijl diezelfde Surinaamse gemeenschap in Nederland de afgelopen 50 jaar uit pure liefde miljarden guldens, dollars en euro’s naar Suriname heeft geleid, naar familie, vrienden, kennissen en specifieke voorzieningen in Suriname, waaronder diasporatoerisme en overwinteraars.
De NDP heeft in 2014, tijdens de eerste regering-Bouterse, de Wet PSA (Personen van Surinaamse Afkomst) gerealiseerd.
Wij als Surinaamse diaspora hebben toen, onder auspiciën van het SIO (Surinaams Inspraak Orgaan), inspraak geleverd op dit wetsvoorstel: een klein begin van nationaal diasporabeleid, dat moet worden vervolgd door nationaal Surinaams diasporabeleid voor alle ministeries in Suriname. Dat vervolg heeft nooit plaatsgevonden.
Nu komt diezelfde NDP met opnieuw een klein, specifiek aspect van diasporabeleid, namelijk het Surinamerschap van rechtswege voor bepaalde Surinaamse diasporasporters, in plaats van samen met de doelgroep — de totale Surinaamse diaspora — nationaal diasporabeleid voor alle ministeries in Suriname te ontwikkelen, zoals bedoeld in artikel 5, lid 2, van bovengenoemde Toescheidingsovereenkomst van 1975.
Als het kleine Suriname vanaf of kort na de onafhankelijkheid nationaal Surinaams diasporabeleid had ontwikkeld en dus artikel 5, lid 2, had uitgevoerd, bijvoorbeeld door de aanstelling van een aparte minister voor Diasporabeleid of een Directoraat Diasporabeleid, dan had Suriname zijn status van topland in Zuid-Amerika onder premier Henck Arron in 1976 kunnen behouden en verstevigen.
Suriname krijgt nu, met de komende extra opbrengsten uit gas en olie, een tweede en laatste kans om met nationaal Surinaams diasporabeleid een topland met een topvolk van ruim 1 miljoen Surinamers, inclusief de diaspora-Surinamers, te worden.
Zonder nationaal Surinaams diasporabeleid voor alle ministeries in Suriname zal ons geliefde Suriname het niet redden. Buitenlanders zullen dan vrijwel alle belangrijke arbeidsplaatsen in de olie- en gassector vervullen en de Surinamers in alle opzichten passeren.
