
Dr. A. Jarbandhan
Column
Prijsverlaging is de loonsverhoging die iedereen bereikt.
In Suriname wordt al jaren gesproken over loonsverhogingen, koopkrachtverbetering en de noodzaak om werkenden tegemoet te komen. Maar de realiteit is eenvoudig: mensen hebben geen 15% loonsverhoging nodig wanneer de prijzen in de winkels met 15% dalen.
Het probleem in Suriname is niet dat salarissen te laag zijn, maar dat de kosten van levensonderhoud te hoog zijn. Wanneer de prijzen dalen, stijgt de koopkracht automatisch — zonder dat de overheid extra geld hoeft uit te geven aan salarisverhogingen die zij vervolgens toch niet kan betalen.
De huidige situatie laat zien dat de inflatie jarenlang is doorgeschoten. Basisproducten zoals rijst, olie, kip, groenten, brood en medicijnen zijn voor veel gezinnen nauwelijks betaalbaar. Een loonsverhoging van 15% wordt binnen enkele maanden weer opgeslokt door nieuwe prijsstijgingen.
Maar een prijsverlaging van 15% werkt onmiddellijk en duurzaam, omdat het alle burgers tegelijk helpt: werkenden, gepensioneerden, studenten, alleenstaande ouders en mensen in de informele sector. Bovendien is het eerlijker. Een loonsverhoging bereikt alleen mensen met een formele baan, terwijl een prijsverlaging iedereen bereikt — ook de grote groep Surinamers die geen vast inkomen heeft.
Het stabiliseert de economie, verlaagt de druk op gezinnen en zorgt ervoor dat salarissen weer in verhouding staan tot de kosten van het dagelijks leven. De vraag is dus niet: hoeveel moeten we de lonen verhogen? De vraag is: waarom worden de prijzen niet verlaagd?
Als de overheid de importkosten, transportkosten, belastingen en marges in de keten aanpakt, dan daalt de winkelprijs vanzelf. En wanneer de prijzen dalen, stijgt de koopkracht — zonder dat de staat extra geld hoeft te drukken of schulden hoeft te maken. Surinamers hebben recht op betaalbare producten, niet op loonsverhogingen die inflatie blijven voeden.
Dr. A. Jarbandhan
