Wie bewaakt de bewakers?

Wie bewaakt de bewakers?

Komt dit ooit nog goed?

Wie het politienieuws van de afgelopen maanden naast elkaar legt, ziet een beeld dat moeilijk te negeren valt. In beslag genomen goederen verdwijnen van een politieterrein. Politiefunctionarissen worden zelf verdachte in strafrechtelijke onderzoeken. Een inspecteur wordt aangehouden. Leden van het Arrestatie Team komen in beeld in een zware drugszaak. Andere agenten worden onderzocht in verband met wapens en vermeende afpersing.

Dit overzicht pretendeert niet volledig te zijn. Evenmin betekent een aanhouding dat iemand schuldig is: een verdenking is geen veroordeling. Het zou daarom onjuist zijn om op basis van deze zaken het gehele Korps Politie Suriname als corrupt weg te zetten.

Maar wanneer dergelijke berichten zich binnen enkele maanden opstapelen, ontstaat wél een gerechtvaardigde en veel grotere vraag:

Wat doet dit met het vertrouwen van de samenleving in haar politie?

Kwik verdwijnt van een politieterrein

Eind mei werd ontdekt dat kwik was verdwenen uit een opslagcontainer op het achterterrein van politiebureau Geyersvlijt. De eerste berichtgeving sprak over vijftien vaten, elk ongeveer 35,8 kilogram zwaar, samen ruim 537 kilogram kwik.

Maar op 11 juni kwam het KPS zelf met een andere formulering: het strafrechtelijk onderzoek ging over elf cilinders met kwik die uit één opslagcontainer waren weggenomen. Het korps meldde daarbij dat de beveiliging van het terrein te wensen overliet. De omrastering was kapot, er was geen poort en het terrein was via meerdere openingen gemakkelijk toegankelijk.

In september kreeg de zaak een nog zwaardere lading. Eerst werden twee politieambtenaren van de afdeling Fraude aangehouden. Daarna volgde een politieambtenaar van het Regio Bijstandsteam Paramaribo. Vervolgens werd ook een onderinspecteur van Fraude aangehouden die volgens het KPS belast was met het beheer van het magazijn, oftewel de container waarin het kwik lag opgeslagen. Het strafrechtelijk onderzoek loopt nog.

Dan hebben we het niet langer uitsluitend over een gat in een hek.

Dan gaat het ook over beheer, registratie, toezicht en interne controle.

Iemand kan niet tellen. Deh fii ernstig!

En dan de aantallen.

Eerst: vijftien vaten, ruim 537 kilogram verdwenen.

Later officieel: elf cilinders verdwenen.

Vier cilinders verschil is geen kommafout.

Iemand kan niet tellen — of ergens zijn registratie, inventarisatie of communicatie niet op orde geweest. Deh fii ernstig!

Wie had vijftien geregistreerd? Wanneer werd vastgesteld dat het er elf waren? Waren de andere vier er nog? Was de eerste inventarisatie fout? Werd verkeerde informatie verstrekt? Of kwam juiste informatie verkeerd in de publiciteit terecht?

Wij weten het niet.

En juist dát verdient uitleg.

Wanneer de politie goederen in beslag neemt, moet ondubbelzinnig kunnen worden vastgesteld wat is ingenomen, hoeveel ervan is opgeslagen, waar het ligt en wie ervoor verantwoordelijk is.

En de camerabeelden dan?

Daar komt nog een vraag bij.

In de eerste berichtgeving over de kwikdiefstal werd gemeld dat de forensische opsporing onderzoek deed naar sporen en camerabeelden.

Maar wat hebben die camerabeelden uiteindelijk opgeleverd?

Waren er camera’s die zicht hadden op het terrein of de container? Werkten ze? Zijn de beelden veiliggesteld? Waren er mensen of voertuigen op te herkennen? En als er geen bruikbare beelden waren, hoe kan dat dan op een terrein waar in beslag genomen goederen werden opgeslagen?

De latere openbare KPS-updates die wij hebben kunnen terugvinden, melden wel verhoren, aanhoudingen en de gebrekkige beveiliging van het terrein, maar geven geen openbaar antwoord op deze vragen over de uitkomst van het cameraonderzoek.

Wie telde? Wie registreerde? Wie beheerde? Wie bewaakte? En wat gebeurde er met de camerabeelden?

82,86 kilogram vermoedelijke cocaïne

Op 2 juni hield het Arrestatie Team vijf verdachten aan. In twee voertuigen werd volgens het KPS 82,86 kilogram vermoedelijke cocaïne aangetroffen en in beslag genomen. De verdachten werden daarna overgedragen aan de Narcoticabrigade.

Daarna kwamen politiemensen zelf in beeld. Eerst werden drie brigadiers van politie aangehouden op verdenking van overtreding van de Wet Verdovende Middelen en deelname aan een criminele organisatie. Vervolgens werden nog zeven leden van het Arrestatie Team aangehouden. Daarmee kwam het aantal aangehouden politiefunctionarissen in die zaak op tien. De rechter-commissaris oordeelde later dat hun aanhouding en inverzekeringstelling rechtmatig waren.

Ook hier geldt: verdachten zijn niet veroordeeld zolang een rechter hun schuld niet heeft vastgesteld.

Maar maatschappelijk ontstaat de vraag al eerder:

Wat doet het met het vertrouwen wanneer politiemensen die zware criminaliteit moeten bestrijden, zelf onderwerp worden van een onderzoek naar zware criminaliteit?

Een inspecteur, wapens en afpersing

Het bleef niet bij de kwik- en drugszaken.

Op 20 juni werd een inspecteur van politie aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van oplichting en het aannemen van giften en beloften. De aanhouding vond plaats binnen een lopend strafrechtelijk onderzoek rond de afdeling Vuurwapen. Over de inhoud van het dossier werd op dat moment verder weinig openbaar gemaakt.

Begin juli werden opnieuw drie politieambtenaren aangehouden in afzonderlijke zaken. Twee in verband met een wapenzaak en een derde op verdenking van afpersing van een autobestuurder. Twee werden in verzekering gesteld; één werd heengezonden.

En in juli werden drie andere politieambtenaren buiten functie gesteld nadat een Colombiaanse arrestant uit het cellenhuis van de Keizerstraat was verdwenen. Zij waren tijdens hun dienst belast met het toezicht op de ingeslotenen. Ook daar moest onderzoek uitwijzen wat precies was gebeurd.

Het zijn verschillende dossiers. Ze mogen niet zonder bewijs tot één groot corruptieverhaal worden samengevoegd.

Maar voor de burger verschijnen ze allemaal onder ongeveer dezelfde noemer:

weer politie.

En daar begint de cumulatieve schade.

Niet iedere fout is corruptie

Dat onderscheid moeten we blijven maken.

Een agent die wordt verdacht van het aannemen van geld is iets anders dan gebrekkige bewaking. Een drugszaak is iets anders dan slechte administratie. Een ontsnapte arrestant bewijst op zichzelf nog geen corruptie.

Maar al deze kwesties raken wel aan dezelfde fundamenten van een politieorganisatie:

integriteit, toezicht, verantwoordelijkheid en controle.

En daarbij hoort nog een ongemakkelijke vraag.

Wanneer er in een concreet integriteitsonderzoek aanleiding bestaat om naar de financiën van een politieambtenaar te kijken, moet dan ook worden onderzocht of zijn zichtbare vermogen en levensstijl verklaarbaar zijn uit legale inkomsten?

Een dure auto is geen bewijs van corruptie. Een mooi huis evenmin.

Maar waar serieuze aanwijzingen voor corruptie bestaan, hoort ook de eenvoudige vraag thuis:

waar komt het geld vandaan?

Integriteitsonderzoek houdt niet op bij wat uit een politiedepot verdwijnt. Het kan, wanneer daarvoor concrete aanleiding bestaat, ook gaan over wat elders ineens verschijnt.

De schade die je niet in beslag kunt nemen

De grootste schade ligt misschien niet in een container.

Niet in elf cilinders kwik.

Niet in 82,86 kilogram cocaïne.

Niet in een vuurwapen.

De grootste schade ontstaat wanneer de burger begint te twijfelen.

Wanneer iemand informatie over een misdrijf heeft en denkt:

Aan wie geef ik dit eigenlijk?

Wanneer iemand aangifte wil doen en zich afvraagt wat er daarna met zijn informatie gebeurt.

Wanneer burgers zien dat in beslag genomen goederen zelfs op een politieterrein kunnen verdwijnen.

Wanneer zij binnen enkele maanden telkens opnieuw lezen dat politiemensen zelf onderwerp van strafrechtelijk onderzoek zijn.

Vertrouwen verdwijnt zelden in één klap.

Het slijt.

En eenmaal afgesleten vertrouwen is aanzienlijk moeilijker terug te halen dan een verdwenen cilinder kwik.

Ook dit moet gezegd worden

Er is een andere kant die eveneens benoemd moet worden.

Het zijn óók politiemensen die deze zaken onderzoeken.

De afdeling Kapitale Delicten verrichtte de aanhoudingen in de kwikzaak. Andere politiediensten onderzoeken collega’s wanneer daar aanleiding toe bestaat. Het KPS maakte bovendien zelf bekend dat politiefunctionarissen waren gehoord en later aangehouden.

Dat is belangrijk.

Minister Harish Monorath zei in augustus dat inmiddels meer dan twintig politieambtenaren in beeld waren voor tuchtrechtelijke of strafrechtelijke maatregelen. Hij erkende daarbij dat de verschillende onderzoeken het vertrouwen van de samenleving en de integriteit van het korps raken. Tegelijk waarschuwde hij ervoor de misstappen van een beperkte groep niet op het hele korps af te wentelen.

Daar heeft hij een punt.

Het zou onrechtvaardig zijn tegenover de vele politiemensen die dagelijks gewoon hun werk doen om de gedragingen van verdachten of overtreders aan het gehele korps toe te schrijven.

Maar juist die politiemensen hebben belang bij een organisatie die streng optreedt tegen collega’s die de grens overschrijden.

Integriteit beschermt niet alleen de burger. Integriteit beschermt ook de goede politieman tegen de reputatieschade die een ander veroorzaakt.

Wie bewaakt de bewakers?

Daarmee komen we terug bij de vraag waarmee we begonnen.

Niet alleen:

Wie nam het kwik mee?

Maar:

Wie controleerde de opslag?

Niet alleen:

Waarom spreken de openbare berichten eerst over vijftien en later over elf?

Maar:

Wie hield de inventaris bij?

Niet alleen:

Waren er camera’s?

Maar:

wat hebben de beelden laten zien?

Niet alleen:

Welke agent wordt aangehouden?

Maar:

welke interne controle had eerder moeten werken?

Niet alleen:

wie wordt onderzocht?

Maar:

wat verandert er daarna?

Wordt het beheer van in beslag genomen goederen nu waterdicht gemaakt?

Wie controleert gespecialiseerde politie-eenheden?

Hoe worden integriteitssignalen onderzocht?

Worden leidinggevenden aangesproken wanneer toezicht aantoonbaar heeft gefaald?

Worden financiële onregelmatigheden onderzocht wanneer daar concrete aanwijzingen voor bestaan?

En krijgt de samenleving uiteindelijk te horen welke structurele maatregelen uit deze zaken voortkomen?

Want alleen mensen aanhouden is niet genoeg.

Een organisatie die vertrouwen wil herstellen, moet ook kunnen uitleggen waarom het fout kon gaan — en waarom dezelfde fout morgen niet opnieuw kan gebeuren.

De politie vraagt terecht vertrouwen van burgers.

Zij vraagt ons aangifte te doen.

Zij vraagt getuigen naar voren te komen.

Zij vraagt burgers informatie te delen.

Maar vertrouwen kan niet worden bevolen.

Het moet worden verdiend.

Wij willen onze politie kunnen vertrouwen.

Wij hebben haar nodig.

Juist daarom mogen wij niet wegkijken wanneer het politienieuws maand na maand vragen oproept over de mensen die zijn aangesteld om onze samenleving te beschermen.

Wie bewaakt de bewakers?

Komt dit ooit nog goed?

Bronnen