Grondstoffen genoeg. Waar bleef de welvaart?

Mangoenkarso Paul — vast auteursbeeld met kamponghuis

Door Mangoenkarso Paul

Suriname beschikt over enorme natuurlijke rijkdommen. Toch zijn verschillende belangrijke productiesectoren na de onafhankelijkheid van 1975 in verval geraakt. Niet omdat het land onvoldoende middelen had, maar vooral door politieke inmenging, slecht bestuur en de rol van gepolitiseerde vakbonden.

Een veelbelovend begin

Voor 1975 kende Suriname een veelzijdige economie. De Stichting Machinale Landbouw (SML) was een modern landbouwbedrijf met internationale kennis en technologie. Bruynzeel produceerde hout voor de export en zorgde voor werkgelegenheid en deviezen. Suralco was met de bauxietwinning een belangrijke inkomstenbron voor de staat.

De vooruitzichten waren gunstig. Maar na de onafhankelijkheid veranderde het beeld.

Van productie naar politieke belangen

Steeds vaker werden staatsbedrijven gebruikt om politieke aanhang aan werk te helpen. Bedrijven kregen te veel personeel, terwijl investeringen in onderhoud, technologie en vernieuwing achterbleven.

Ook vakbonden raakten verstrikt in de politiek. Stakingen en hoge looneisen tijdens economische crises zetten de toch al kwetsbare bedrijven verder onder druk.

Daar kwamen externe problemen bij: dalende bauxietprijzen, het wegvallen van Nederlandse hulp en het vertrek van geschoolde werknemers en leidinggevenden.

Het gevolg was een economie die steeds minder op eigen kracht kon produceren.

De dure rekening van Afobaka

Een opvallend voorbeeld is de Afobakadam. Op 31 december 2019 werd de dam door Alcoa overgedragen aan Suriname. Maar aan die overdracht ging een kostbare financiële afwikkeling vooraf.

De overheid gaf in december 2019 een staatslening van USD 125 miljoen uit. Na kosten en kortingen bleef ongeveer USD 111 miljoen over, waarmee achterstallige elektriciteitsbetalingen aan Suralco werden vereffend.

De dam kwam in Surinaamse handen, maar de financiering van de achterstallige betalingen betekende een nieuwe schuldenlast.

Het illustreert hoe gebrekkig financieel beheer zelfs bij de overdracht van een waardevol nationaal bezit een zware rekening kan achterlaten.

Waarom bleef Parbo Bier overeind?

Tegenover het verval van SML en Bruynzeel staat een opmerkelijke uitzondering: de Surinaamse Brouwerij, bekend van Parbo Bier.

Al vanaf de oprichting was de Nederlandse Amstel Brouwerij aandeelhouder. Toen Heineken in 1968 Amstel overnam, kwam de Surinaamse Brouwerij binnen dat internationale netwerk terecht.

Die verbinding bood een belangrijke basis voor professioneel management, internationale kennis, moderne technologie en investeringen. Ook kon zij bescherming bieden tegen binnenlandse politieke inmenging.

Daarbij komt de sterke band van Parbo Bier met de Surinaamse samenleving. De bekende djogo is veel meer geworden dan een bierfles. Het merk heeft een vaste plaats in de nationale cultuur.

De brouwerij kon bovendien gebruikmaken van internationale kennis en exportmogelijkheden.

De vloek van de grondstoffen

Economen spreken van de grondstoffenvloek wanneer landen met grote natuurlijke rijkdommen er niet in slagen die om te zetten in brede en duurzame welvaart.

Dat risico wordt groter wanneer politieke macht belangrijker wordt dan goed bestuur, bedrijven worden gebruikt voor partijbelangen en onafhankelijke controle ontbreekt.

Suriname laat zien hoe kwetsbaar een economie wordt wanneer sterke instituties ontbreken.

De les voor morgen

Het verschil tussen de teloorgang van belangrijke productiesectoren en het voortbestaan van Parbo Bier roept een fundamentele vraag op.

Waarom konden sommige bedrijven overeind blijven, terwijl andere met vergelijkbare economische mogelijkheden ten onder gingen?

Een belangrijk deel van het antwoord ligt bij bestuur, organisatie en bescherming tegen politieke inmenging.

Suriname heeft geen gebrek aan grondstoffen. De werkelijke uitdaging is ervoor te zorgen dat die rijkdom niet opnieuw verloren gaat door zwakke instituties en kortetermijnbelangen.

Want natuurlijke rijkdom zonder degelijk bestuur kan uiteindelijk een bijzonder dure rekening opleveren.