Wie zorgt voor de achterblijvers?

Illustratie van een verpleegkundige met koffer voor de herkenbare terminal van Johan Adolf Pengel Airport.

Wanneer een verpleegkundige haar koffers pakt, vertrekt er meer dan een werknemer. Een afdeling verliest ervaring. Collega’s missen iemand op wie zij konden rekenen. Een gezin raakt de dagelijkse nabijheid van een geliefde kwijt. Over de uittocht van geschoolde mensen spreken we vaak in cijfers. Maar wie kijkt naar de mensen die achterblijven?

Achter de cijfers

Minister André Misiekaba sprak in september 2026 over bijna duizend verpleegkundigen die tussen 2019 en 2025 waren vertrokken. Daarnaast meldde AZP-directeur Claudia Marica-Redan in oktober dat sinds 2021 in totaal 567 verpleegkundigen het ziekenhuis hadden verlaten. Dat laatste cijfer is niet automatisch het aantal emigranten: vertrek bij een werkgever en vertrek uit het land zijn verschillende zaken.

De zorg staat hoe dan ook voor een grote opgave. Met een ervaren verpleegkundige verdwijnen ook kennis, routine en begeleiding van jongere collega’s. Een nieuwe medewerker opleiden kost tijd. Wie achterblijft, moet ondertussen verder.

Geld vervangt geen aanwezigheid

Familieleden in Nederland kunnen helpen met geld, pakketten en andere steun. Die hulp is waardevol. Zij kan het verschil maken tussen een rekening betalen en schulden opbouwen. Maar geld vervangt niet de dochter die even langskomt, de vader die oppast of de vriendin die merkt dat het niet goed met je gaat.

Je kunt iemand een betere toekomst gunnen en die persoon tegelijk verschrikkelijk missen. Een videogesprek helpt, maar is geen bezoek. Voor sommige achterblijvers kan het vertrek voelen als rouw om een nabijheid die verdwenen is, terwijl de ander nog leeft.

Dat maakt mensen die vertrekken niet schuldig. Zij zoeken zekerheid, waardering en kansen voor hun gezin. Die keuze verdient respect. Juist daarom moet de vraag zijn wat Suriname kan veranderen, zodat blijven ook een geloofwaardige keuze wordt.

De druk op wie blijft

Wanneer collega’s vertrekken, verdwijnt hun werk niet vanzelf. De mensen die blijven kunnen meer diensten, meer verantwoordelijkheid en minder ruimte voor herstel krijgen. Dat vergroot het risico op uitputting. Het kan bovendien zwaar zijn om te weten welke zorg een patiënt nodig heeft, maar onvoldoende mensen of middelen te hebben om die te bieden.

Ook jongeren kijken mee. Als steeds meer ervaren mensen hun toekomst elders zoeken, kan het idee groeien dat vooruitkomen alleen buiten Suriname mogelijk is. Dat gevoel mogen we niet laten vastgroeien. Een land heeft mensen nodig die willen bouwen én ervaren dat hun inspanningen ertoe doen.

Meer dan een grondbeschikking

Een betere beloning en een eigen woning kunnen helpen. Begin oktober kregen negentig AZP-medewerkers een grondbeschikking. Daarbij benadrukten betrokkenen ook het belang van infrastructuur, betaalbare woningbouw en betere werkomstandigheden. Een beschikking alleen bouwt nog geen huis.

Ik pleit daarom voor een samenhangend beleid. Zorg voor werkbare roosters, voldoende personeel, opleidingsmogelijkheden en ondersteuning bij overbelasting. Vakbonden moeten naast koopkracht ook deze voorwaarden blijven verdedigen.

Mijn voorstel is om bij gronduitgifte aan zorgpersoneel te onderzoeken of een tienjarig verkoopverbod en een zorgvuldig geregelde afspraak over werken in de zorg mogelijk en redelijk zijn. Zulke voorwaarden vragen juridische toetsing en duidelijke uitzonderingen. De onbewezen aanname dat medewerkers hun grond doorgaans direct doorverkopen, mag daarvoor geen uitgangspunt zijn.

Olie-inkomsten en toekomstplannen krijgen pas betekenis wanneer mensen hier een bestaan kunnen opbouwen. Het zorgzame hart van Suriname mag niet afhankelijk worden van geld en telefoontjes uit Amsterdam. Geef wie wil blijven een reden om te geloven dat zij hier ook toekomst heeft.

Paul Mangoenkarso

Bronnen: Overheidsbericht over de aangekondigde loonreeks en vertrek van verpleegkundigen; ABC over de personeelsuitstroom bij het AZP; De Ware Tijd, 3 oktober 2026, over grondbeschikkingen aan AZP-personeel.