
Een kraan zonder water. Een huis zonder stroom. Voor veel mensen in Suriname is dat geen incident, maar een terugkerende werkelijkheid. En terwijl gezinnen hun leven daarop moeten aanpassen, horen wij opnieuw waarom verbetering nog moet wachten. Maar dat horen wij al heel lang.
Abiamofo zegt dat de SWM onvoldoende geld heeft om leidingen en pompen te vervangen en nieuwe woongebieden aan te sluiten. Tegelijk betalen verschillende ministeries volgens hem hun waterrekening niet en blijven noodzakelijke subsidies uit.
Hoe geloofwaardig is een overheid die betaling verlangt van de burger, maar zelf haar verplichtingen tegenover het waterbedrijf niet nakomt? Soso bbari!
Bij elektriciteit hetzelfde ongemak. Volgens de minister kunnen de geplande stroomonderbrekingen tot eind november aanhouden. De beschikbare capaciteit schiet op piekmomenten tekort; onderhoud maakt de ruimte nog kleiner.
Dat onderhoud noodzakelijk is, begrijpen wij. Maar wie moest tijdig zorgen voor voldoende capaciteit? Wie hield rekening met groeiende woonwijken, bedrijven en toenemend verbruik?
De minister zegt ook dat Suriname contractueel verplicht is dertig megawatt aan Rosebel Gold Mines te leveren. Dat verdient uitleg: welke afspraken gelden, hoe worden tekorten verdeeld en hoe wordt het belang van huishoudens beschermd? We zoeken antwoorden!
De samenleving heeft recht op meer dan verklaringen achteraf. Wij willen weten wat er gebeurt, hoeveel het kost, wie verantwoordelijk is en wanneer verbetering merkbaar wordt. Vooral het laatste. Wanneer kunnen we ons gedragen als een beschaafd land met rechten en plichten voor iedereen, beginnend bij de regering!
Water en stroom zijn basisvoorzieningen. Een geopende kraan is een begin. Betrouwbare levering is de opdracht.
Bronnen: SWM mist geld voor noodzakelijke investeringen; Abiamofo over stroomonderbrekingen en capaciteit (23 oktober 2026).
