Het debacle van Goudordening

FAYA 5 — Het debacle van Goudordening 5

Suriname probeert de kleinschalige goudsector al jaren te ordenen. In 2011 werd de Commissie Ordening Goudsector ingesteld. In 2020 kwam daar de Commissie Ordening Kleinschalige Goudsector bij, met doelen rond registratie, belastinginning, veiligheid, milieu en legalisering.

In 2021 volgde een nieuw instrument: Staatsbesluit 151, bedoeld om de kleinschalige goudsector te inventariseren. Goudzoekers, machines en activiteiten moesten in kaart worden gebracht. Maar uit het rapport van EITI (Extractive Industries Transparency Initiative) over 2021 en 2022 blijkt dat dit besluit wegens onvoldoende overheidsmiddelen niet werd uitgevoerd.

Dat is de kern van het probleem: Suriname heeft plannen, commissies en besluiten geproduceerd, maar de basis bleef onvolledig. Wie waar werkt, onder welke voorwaarden en met welke machines, blijft nog immer een raadsel.

De opeenvolging is veelzeggend: eerst ordenen, dan opnieuw ordenen, daarna inventariseren en vervolgens opnieuw zoeken naar een andere aanpak. En, u raadt het al: opnieuw ordenen.

In augustus 2026 zei president Jennifer Simons zelf dat eerdere ordeningssystemen niet voldoende hebben gewerkt en dat naar een andere aanpak wordt gezocht. Tegelijk staan voor 2026 opnieuw beleidsdoelen op papier, waaronder registratie van tot 90 procent van de mensen die in de kleinschalige mijnbouw actief zijn.

Dat roept een simpele vraag op:

Hoeveel keer kan een sector opnieuw worden “geordend” voordat de overheid erkent dat het probleem niet het ontbreken van plannen is, maar de uitvoering? Een scherpere vraag is: wil men wel ordenen?

Zonder registratie, geen toezicht. Zonder toezicht, geen betrouwbare belastinginning, geen effectieve aanpak van kwik, geen veiligheid en geen bescherming van gemeenschappen.

Daarom is goudordening geen technisch detail. Het is een must.

Het is een test van staatsmacht.

Wie orde belooft, moet laten zien wat daadwerkelijk is uitgevoerd.

Bronnen