Het goud van Ronnie

FAYA 4 — Het goud van Ronnie 4

Ronnie Brunswijk gaf in een interview met D-TV Express opvallend openheid over zijn positie in de goudsector én over de manier waarop hij geld verdient.

Volgens De Ware Tijd, dat het interview versloeg, zei Brunswijk dat hij tien kleinschalige mijnbouwconcessies heeft van elk tweehonderd hectare. Tegelijk verklaarde hij dat hij die concessies tijdens zijn vicepresidentschap op naam van zijn zoon liet overschrijven. Dat roept meteen een vraag op: als de concessies juridisch op naam van zijn zoon staan, wat bedoelt hij dan wanneer hij zegt: “ik heb” tien concessies?

Nog opmerkelijker is zijn uitleg over zijn “model” om geld te verdienen. Brunswijk zei dat iedereen in een regering een manier heeft om geld te verdienen en dat hij de zijne heeft. Vervolgens verklaarde hij: “Als je wil dat ik iets voor je doe, moet je betalen.”

Dat is geen kleine uitspraak. Brunswijk is voorzitter van de ABOP en vicevoorzitter van De Nationale Assemblee. Hij heeft dus politieke invloed én spreekt zelf over economische belangen in de goudsector.

Daarom is de kernvraag niet of hij ondernemer mag zijn. De vraag is:

Hoe wordt voorkomen dat politieke invloed en privébelang door elkaar gaan lopen?

Volledige openheid is hier noodzakelijk: over de concessies, de juridische rechthebbenden, de exploitanten, betalingen, belastingafdrachten en afspraken rond toegang tot het gebied. Ook moet duidelijk zijn welke overheidstaken en privétransacties strikt van elkaar gescheiden blijven.

Dit is geen beschuldiging. Het is een vraag die rechtstreeks voortvloeit uit zijn eigen woorden.

Wie macht en mijnbouw combineert, moet maximale transparantie bieden.

Bronnen