
Eugène van der San zegt dat het huidige systeem een president door coalitieafhankelijkheid “chantabel kan maken”. Dat is een mogelijk risico dat hij schetst — geen vastgestelde huidige situatie.
Maar daar staat een andere vraag tegenover: wat gebeurt er wanneer een president rechtstreeks wordt gekozen, staatsrechtelijk sterker wordt gemaakt en de tegenmacht onvoldoende wordt versterkt?
De huidige Grondwet legt al veel macht bij de president. Zij is staatshoofd en regeringsleider, voorzitter van de Staatsraad en van de Veiligheidsraad, terwijl de uitvoerende macht bij haar berust. Tegelijk is zij verantwoording verschuldigd aan De Nationale Assemblée.
Een rechtstreeks gekozen president kan daarbovenop een eigen volksmandaat claimen: “Het volk heeft mij gekozen.”
Dan ontstaat een veel grotere vraag: hoe krijg je zo’n president nog teruggefloten wanneer parlement, rechterlijke macht en andere instituties niet sterk genoeg zijn?
Er is op dit moment geen publiek bewijs dat de huidige president wordt gechanteerd. Het gevaar van chantage wordt door Van der San als mogelijkheid naar voren gebracht. Maar het risico van een president die door een zwak systeem moeilijk te corrigeren is, verdient minstens zoveel aandacht.
Suriname heeft daarom niet eerst een sterkere president nodig.
Suriname heeft eerst een sterker democratisch systeem nodig.
Heldere bevoegdheden. Sterke parlementaire controle. Onafhankelijke instituties. Een rechterlijke macht die buiten politieke invloed blijft. En een parlement dat een president daadwerkelijk kan terugfluiten.
Pak eerst de Grondwet aan. Dit is wat we noodzakelijk moeten doen, zodat we een echte democratische republiek worden, en geen spoken oproepen die ons verder van huis brengen.
Corrigeer de hiaten, tegenstellingen en onduidelijke machtsverhoudingen. Breng eerst het constitutionele evenwicht op orde. Pas daarna kan Suriname verantwoord discussiëren over een rechtstreeks gekozen president.
Deh fii ernstig. 🔥
