
Je schrijft. Je belt. Je gaat naar het loket. Niemand geeft antwoord. Dan komt de belofte: straks kunt u bij de Ombudsman terecht.
President Simons zei op 4 oktober bij ABC dat zij een Ombudsman en een Wet Openbaarheid van Bestuur wil. Burgers moeten de overheid kunnen controleren en hun klachten kwijt kunnen. Zij denkt aan een gefaseerde invoering: eerst klachten inventariseren, zonder meteen te verwachten dat alle problemen worden opgelost.
Een zorgvuldige start is verstandig. Maar wie al jaren wacht, heeft weinig aan een nieuw adres voor hetzelfde stilzwijgen.
Een klacht registreren is nog geen burger beschermen.
Stel: jouw aanvraag blijft liggen. Een ambtenaar stuurt je telkens weg. Niemand legt uit waarom. Je wilt geen extra dossiernummer. Je wilt dat iemand onafhankelijk onderzoekt wat er gebeurt en de verantwoordelijke instantie om uitleg vraagt.
Daar moet de Ombudsman verschil maken. Anders verhuist onze machteloosheid alleen naar een ander loket.
Simons ziet klachten ook als informatie waarmee de overheid haar functioneren kan verbeteren. Dat kan nuttig zijn. Maar de burger is meer dan een bron van beleidsinformatie. Hij komt omdat hem iets is aangedaan of onthouden.
Wie onderzoekt zijn klacht? Hoe onafhankelijk wordt dat onderzoek? Wanneer krijgt hij antwoord? En wat gebeurt er wanneer een overheidsinstantie niet meewerkt?
Een Ombudsman hoeft niet ieder probleem te kunnen oplossen. Maar zijn opdracht moet helder zijn, zijn onafhankelijkheid beschermd en zijn werkwijze zichtbaar.
Wij hebben geen klachtenkast nodig. Wij hebben tegenmacht nodig.
Uw klacht is ontvangen, mevrouw de president. Wanneer begint de bescherming?
Deh fii ernstig.
Bron: Overheidsverslag van het ABC-interview met president Simons, 4 oktober 2026.
