
Advocaat Irvin Kanhai wil dat wij anders naar Desi Bouterse kijken. Volgens zijn lezing greep Bouterse in omdat Nederland een coup wilde plegen. Ook verbindt hij diens politieke streven aan het werk van Anton de Kom.
Dat zijn zware beweringen. Waar zijn de controleerbare bewijzen?
De Nederlandse rol verdient onderzoek. Archieven moeten open en ongemakkelijke feiten mogen boven tafel komen. Maar eventuele buitenlandse betrokkenheid neemt de verantwoordelijkheid van de Surinaamse machthebbers niet weg. Wie anderen aanwijst, heeft daarmee zijn eigen handelen nog niet verantwoord.
Bovendien gaat deze geschiedenis over meer dan de vijftien vermoorde mannen in Fort Zeelandia. Ook Moiwana, de slachtoffers van de Binnenlandse Oorlog en de mensen die geweld, angst en onderdrukking ondervonden, horen in het verhaal. Hun leed verdwijnt niet wanneer een advocaat zijn cliënt een plaats tussen nationale bevrijders probeert te geven.
Een advocaat mag zijn cliënt verdedigen. Maar de samenleving mag zijn voorstelling van de geschiedenis kritisch onderzoeken. Jarenlange verbondenheid met Bouterse maakt Kanhai tot een betrokken getuige, wiens uitspraken net zo goed bewijs en tegenspraak vereisen.
Suriname heeft recht op een geschiedschrijving waarin alle betrokkenen worden onderzocht en slachtoffers worden gehoord. Ook wanneer de uitkomst onze “politieke helden” van hun voetstuk haalt.
Wie Bouterse naast Anton de Kom plaatst, moet daarom uitleggen hoe die vergelijking standhoudt tegenover de slachtoffers van zijn bewind.
Zo dreigen de vele slachtoffers opnieuw tot zwijgen te worden gebracht.
Deh fii ernstig!
Bron: Suriname Herald, 18 oktober 2026 — Kanhai over Bouterse en de Nederlandse rol.
