
Het rommelt al langer bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname. De baas lijkt er niet altijd de baas. Dan weer wel, dan weer niet. Wie is bevoegd, wie moet vertrekken en wie beslist daarover: het staat voortdurend op barsten.
Op 20 oktober liep het conflict over de leiding uit op een fysieke confrontatie bij het vertrek van Wendy Jap-A-Joe. President-commissaris Emanuel Scheek zegt door de beveiliging van Wendy hardhandig te zijn aangepakt en kondigde aangifte aan. Ook commissaris Joan Nibte zegt te zijn geduwd.
De overdracht zorgde voor gerommel. De Raad van Commissarissen en minister Raymond Landveld stellen dat Jap-A-Joe’s benoemingstermijn is verstreken. Jap-A-Joe betwist dat zij moet vertrekken en beroept zich op haar arbeidsovereenkomst. Dat geschil vraagt om een duidelijke, bevoegde beslissing en een ordelijke afhandeling.
Maar het figuurlijke duwen en trekken is inmiddels lijfelijk geworden. Daarmee ligt de bestuurlijke wanorde op straat. Politici mengen zich er nadrukkelijk in: ABOP-voorzitter Ronnie Brunswijk keerde zich tegen het optreden van de commissarissen en de politie. Een conflict binnen een publieke instelling krijgt zo steeds meer het karakter van een politieke krachtmeting.
Alweer een organisatie die de inmiddels bekende vieze onderbroek aan de lijn hangt, ter beoordeling van de voorbijganger. Takru maniri — een slechte gewoonte. Of, zoals we ook zeggen: owru gwenti fu todo!
Dit laat zich moeilijk afdoen als een losstaand incident. De spanning tussen directeur en commissarissen bestaat al maanden. De raad klaagt over belemmering van zijn toezicht; Jap-A-Joe wijst juist naar Scheek – de nieuwe man- als oorzaak van de spanning. Ook vóór het handgemeen ontbrak kennelijk de bestuurlijke rust om het conflict op te lossen.
Het onderstreept een bekend patroon: persoonlijke en partijpolitieke belangen dreigen voorrang te krijgen boven dienstbaarheid. Dan ontstaat die merkwaardige spraakverwarring waarin iedereen namens de organisatie spreekt, maar niemand meer duidelijk maakt wie waarvoor verantwoordelijk is.
De directeur beroept zich op haar positie, de commissarissen op hun bevoegdheden en politici kiezen partij. Maar wie spreekt voor de publieke taak van TAS? Wie bewaakt de rust op de werkvloer en het vertrouwen van de samenleving?
Een instituut dat toezicht moet houden, moet zelf duidelijkheid en gezag uitstralen. Betwiste bevoegdheden, een vastgelopen overdracht en een confrontatie bij de deur doen dat gezag geen goed.
Wat betekent deze strijd voor het dagelijkse werk? Of de dienstverlening er concreet onder lijdt, is met deze berichten niet vastgesteld. Maar bestuurlijke chaos blijft moeilijk buiten de werkvloer: tegenstrijdige opdrachten en onzekerheid over de leiding maken dienstbaarheid er niet eenvoudiger op.
TAS is geen bezit van een directeur, een raad van commissarissen of een politieke partij. Het is een publieke instelling. De samenleving heeft recht op een organisatie die haar taak uitvoert en op bestuurders die hun conflicten behoorlijk oplossen.
Zolang de vraag ‘wie is de baas?’ belangrijker blijft dan ‘wie dienen wij?’, blijft die onderbroek aan de lijn hangen.
Deh fii ernstig.
Politiek commentaar. De hero is een AI-illustratie en geen persfoto van het incident.
Bronnen: de Ware Tijd, 20 oktober 2026 — achtergrond en reactie Jap-A-Joe; Waterkant, 20 oktober 2026 — confrontatie bij TAS; Suriname Herald, 20 oktober 2026 — reactie Brunswijk.
