
De combinatie van het lidmaatschap van de Surinaamse Staatsraad en de uitoefening van de advocatuur is niet zonder meer wettelijk verboden. Zij kan echter problematisch worden wanneer een advocaat in een concrete zaak optreedt voor een overheidsorgaan of een parastatale rechtspersoon, terwijl zijn positie binnen de Staatsraad hem institutioneel dicht bij de betrokken besluitvormers brengt. Die spanning rechtvaardigt een nadere wettelijke regeling.
Drie afzonderlijke juridische toetsen
Bij de beoordeling moeten drie vragen uit elkaar worden gehouden:
- bestaat er een wettelijke incompatibiliteit,
- voldoet de advocaat aan de beroepsrechtelijke onafhankelijkheidsnormen,
- en is sprake van een concreet belangenconflict of een objectief gerechtvaardigde schijn daarvan?
Het ontbreken van een uitdrukkelijk wettelijk verbod betekent niet dat iedere vorm van beroepsuitoefening aanvaardbaar is. Omgekeerd kan een mogelijk belangenconflict niet zonder meer worden gelijkgesteld aan wettelijke onbevoegdheid. Juist dat onderscheid is bepalend voor een juridisch houdbaar betoog.
Artikel 6 van de Wet op de Staatsraad
Artikel 6 van de Wet op de Staatsraad somt functies op die onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de Staatsraad. De advocatuur wordt daarin niet genoemd. De bepaling biedt bovendien de mogelijkheid om bij staatsbesluit andere ambten onverenigbaar te verklaren. Voor zover op basis van de geraadpleegde bronnen kan worden vastgesteld, is geen staatsbesluit aangetroffen dat de advocatuur als zodanig onder die incompatibiliteiten brengt.
Daarom kan niet worden geconcludeerd dat een advocaat uitsluitend vanwege zijn Staatsraadslidmaatschap onbevoegd is zijn beroep uit te oefenen. Wel verdient de wettelijke regeling heroverweging, gelet op de bijzondere positie van de Staatsraad binnen de staatsrechtelijke besluitvorming.
De institutionele positie van de Staatsraad
De Staatsraad adviseert de President over onder meer wetsontwerpen, staatsbesluiten, overeenkomsten en andere aangelegenheden die aan het adviesorgaan worden voorgelegd. De President is voorzitter van de Staatsraad. De werkzaamheden van het college kunnen daardoor betrekking hebben op onderwerpen waarbij de Staat, ministeries of andere publieke instellingen rechtstreeks betrokken zijn.
Daaruit volgt niet dat ieder Staatsraadslid toegang heeft tot alle overheidsinformatie of bij ieder overheidsbesluit betrokken is. Wel kan de combinatie van adviserende verantwoordelijkheid, mogelijke toegang tot vertrouwelijke informatie en beroepsmatige belangenbehartiging een institutioneel risico opleveren.
Dat risico wordt concreet wanneer een advocaat optreedt in een zaak waarin een overheidsorgaan betrokken is bij aangelegenheden die raken aan de staatsrechtelijke advisering waaraan hij zelf deelneemt. Dan moet worden onderzocht of zijn professionele onafhankelijkheid daadwerkelijk gewaarborgd blijft.
Advocatenwet en Ere-regelen
Artikel 17 van de Advocatenwet verplicht de advocaat zijn praktijk uit te oefenen overeenkomstig de toepasselijke Ere-regelen. Artikel 37 voorziet in tuchtrechtelijke beoordeling van handelen of nalaten dat een behoorlijke advocaat niet betaamt.
De Ere-regelen stellen eisen aan de onafhankelijkheid en integriteit van de advocaat en aan de verenigbaarheid van nevenwerkzaamheden met het aanzien van de advocatenstand. De aard van de nevenfunctie en de omstandigheden waaronder zij wordt uitgeoefend, zijn daarbij van belang.
Een Staatsraadslidmaatschap is niet zonder meer gelijk te stellen aan een dienstbetrekking. Bepalingen over het optreden voor personen of instellingen waarmee een advocaat in een onverenigbare dienstverhouding staat, kunnen daarom niet automatisch op deze functiecombinatie worden toegepast. Zij onderstrepen wel het belang van een onafhankelijke beroepsuitoefening.
De juridische toets moet dus plaatsvinden aan de hand van de concrete omstandigheden, de toepasselijke beroepsnormen en de vraag of de advocaat zijn cliënt vrij en onafhankelijk kan bijstaan. Een algemene incompatibiliteit kan niet uitsluitend uit deze normen worden afgeleid.
TAS als illustratie van het institutionele risico
De ontwikkelingen rond de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) illustreren waarom deze kwestie aandacht verdient. TAS, haar Raad van Commissarissen en de Staat hebben niet noodzakelijk dezelfde rechtspositie of belangen. Dat belangen samenvallen, maakt hen nog niet tot één cliënt.
Evenmin is zonder nader bewijs vast te stellen dat vertrouwelijke informatie is gebruikt of dat feitelijke beïnvloeding heeft plaatsgevonden. De juridische zorg betreft daarom niet een onbewezen beschuldiging, maar het structurele risico dat institutionele nabijheid en professionele belangenbehartiging elkaar kunnen raken.
Wanneer een advocaat tevens deelneemt aan staatsrechtelijke advisering, moet voldoende duidelijk zijn dat die combinatie de onafhankelijkheid van zijn optreden niet aantast en geen objectief gerechtvaardigde twijfel daarover oproept. Het vertrouwen in zowel de advocatuur als de Staatsraad verlangt dat dit risico serieus wordt genomen.
Een gerichte wetswijziging is noodzakelijk
Een algemeen verbod op de advocatuur voor Staatsraadsleden gaat te ver. Rechtsbijstand in particuliere zaken zonder relevante relatie tot de Staat of de staatsrechtelijke advisering hoeft niet problematisch te zijn.
De wetgever behoort artikel 6 daarom aan te vullen met een gerichte incompatibiliteitsregel voor gevallen waarin een rechtstreeks institutioneel belangenconflict bestaat of waarin de combinatie van functies de onafhankelijke belangenbehartiging wezenlijk in gevaar brengt. Daarbij moeten de reikwijdte, uitzonderingen en toepassingscriteria voldoende nauwkeurig worden omschreven.
Conclusie:
De huidige wettelijke regeling biedt geen grond om de advocatuur als geheel onverenigbaar te verklaren met het lidmaatschap van de Staatsraad. De Advocatenwet en de Ere-regelen stellen echter zelfstandige eisen aan de onafhankelijkheid en integriteit van de beroepsuitoefening. Afhankelijk van de concrete omstandigheden kan een functiecombinatie daarmee op gespannen voet staan.
De wetgever behoort de structurele risico’s daarom uitdrukkelijk te regelen. Niet iedere combinatie van functies is verboden, maar institutionele nabijheid mag evenmin een blinde vlek in de rechtsorde blijven. De onafhankelijkheid van de advocaat en het vertrouwen in de Staatsraad vereisen heldere, toetsbare grenzen.
K. (Chinta) Ramdhan en Kries Mahabier
Deze bijdrage verschijnt onder verantwoordelijkheid van de auteurs. De standpunten geven niet noodzakelijk de opvattingen van Suriname Unite weer. Lees de volledige disclaimer.
