
Nieuw schooljaar. Oude problemen. Op papier beginnen wij op 1 oktober. Maar een datum op de kalender zet nog geen leerkracht voor de klas.
Op 30 september riepen de gezamenlijke onderwijsbonden ouders op hun kinderen thuis te houden. Volgens hen was onvoldoende duidelijk of de scholen genoeg leerkrachten hadden om leerlingen verantwoord op te vangen.
Minister Dirk Currie hield vast aan de startdatum. Volgens zijn eigen, door de overheid gepubliceerde verslag bezocht hij zes scholen: op drie waren leerkrachten én leerlingen aanwezig; op drie waren wel leerkrachten, maar geen leerlingen. Dat is geen landelijk overzicht, wel een zichtbaar verdeelde start.
Deze problemen komen niet uit de lucht vallen. In december 2025 vertelde Currie dat hij al aan de voorbereiding voor 2026–2027 werkte, juist om herhaling van huisvestingsproblemen te voorkomen.
Toch meldde Suriname Herald op 3 oktober dat volgens de minister voor ongeveer 230 nieuwe middelbare scholieren een tijdelijke regeling van drie schooldagen per week was gekozen. Nieuwe lokalen zouden in december klaar zijn.
Er wordt dus gewerkt aan oplossingen. Maar onze kinderen hebben hun lessen nu nodig. Een lokaal dat later opengaat, geeft verloren onderwijstijd niet vanzelf terug.
Currie erfde problemen en draagt nu verantwoordelijkheid voor de aanpak. De bonden moeten hun zorgen concreet onderbouwen. Ouders verdienen één duidelijke boodschap.
Publiceer per school de tekorten, de tijdelijke voorziening, de verantwoordelijke en de hersteltermijn. Laat vervolgens zien hoe gemiste lessen worden ingehaald.
Een schooljaar begint werkelijk wanneer onze kinderen kunnen leren. Wanneer wordt dat onze maatstaf?
Deh fii ernstig.
